- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
De bijzondere verjaringstermijn voor notarissen bij laatste wilsbeschikkingen en contractuele erfstellingen
Artikel 2276quinquies BW bevat een uitzonderingsregel voor de beroepsaansprakelijkheid van notarissen met betrekking tot laatste wilsbeschikkingen en contractuele erfstellingen. Waar voor andere vrije beroepen specifieke verkorte verjaringstermijnen werden ingevoerd, blijven voor notarissen in beginsel de gemeenrechtelijke verjaringstermijnen gelden. Alleen voor deze bijzondere categorie van akten causa mortis geldt een afwijkend aanvangspunt: de verjaring begint pas vanaf het overlijden van de erflater of de schenker.
De ratio legis van deze regeling ligt in de aard van de notariële akte zelf. Een testament of een contractuele erfstelling ontplooit zijn rechtsgevolgen immers pas na het overlijden van de betrokkene. Indien de gewone verjaringstermijn reeds zou lopen vanaf de opmaak van de akte, zou dit in vele gevallen betekenen dat de vordering tegen de notaris verjaard is nog vóór het testament uitwerking krijgt. Om die onredelijkheid te vermijden, heeft de wetgever het aanvangspunt van de verjaring verschoven naar het overlijden.
Deze bepaling werd ingevoerd bij de wet van 4 mei 1999, die de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt wijzigde. Daarmee wou de wetgever tegemoetkomen aan de bijzondere positie van de notaris als openbaar ambtenaar met langdurige verantwoordelijkheden. Notariële akten hebben vaak blijvende gevolgen, en de betrokkenen moeten verzekerd zijn van een redelijke mogelijkheid om een fout in verband met een testament of erfstelling nog te kunnen inroepen.
Oorspronkelijk werd overwogen om de aansprakelijkheid van notarissen te onderwerpen aan verschillende termijnen naargelang van het soort activiteit: vijftien jaar voor fouten bij authentieke akten en vijf jaar voor fouten bij andere activiteiten, zoals onderhandse akten of schattingen. Tijdens de parlementaire bespreking bleek echter dat geen van beide uitersten bevredigend was. Uiteindelijk werd gekozen voor een tienjarige verjaringstermijn, aansluitend bij de gemeenrechtelijke regeling van artikel 2262bis BW.
Deze keuze werd verantwoord door de nood aan eenvormigheid en betere bescherming van de bevolking. De gemeenrechtelijke termijnen bieden voldoende zekerheid zonder de aansprakelijkheid van notarissen nodeloos te beperken.
De rechtspraak heeft nadien het onderscheid tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid van notarissen verder verfijnd. Het Grondwettelijk Hof oordeelde in zijn arrest van 13 december 2012 dat er sprake zou zijn van een schending van het gelijkheidsbeginsel indien de aansprakelijkheid van de notaris voor fouten bij het verlijden van authentieke akten als buitencontractueel wordt gekwalificeerd, terwijl die voor onderhandse akten contractueel is. Volgens het Hof moet de aansprakelijkheid van de notaris bij authentieke akten eveneens contractueel worden beschouwd, aangezien hij handelt binnen een rechtsverhouding met zijn cliënt.
Het Hof van Cassatie bevestigde op 6 juni 2013 dat het mogelijk is om in bepaalde omstandigheden een contractuele aansprakelijkheid van de notaris aan te nemen bij het verlijden van authentieke akten, onder meer wanneer de notaris jegens een kredietinstelling optreedt. Of dit arrest een principiële koerswijziging inhoudt ten opzichte van de vroegere rechtspraak, blijft evenwel onderwerp van debat.
Voor andere gevallen waarin de notaris handelt uit hoofde van wettelijke verplichtingen en niet in opdracht van een cliënt – bijvoorbeeld bij fiscale notificaties – wordt terecht aangenomen dat zijn aansprakelijkheid buitencontractueel blijft.
De uitzonderingsregel van artikel 2276quinquies BW blijft beperkt tot de aansprakelijkheid met betrekking tot laatste wilsbeschikkingen en contractuele erfstellingen. Voor alle andere vormen van beroepsaansprakelijkheid gelden de gemeenrechtelijke regels inzake aanvang en duur van de verjaring.
De overgangsbepaling in artikel 49 van de wet van 4 mei 1999 bepaalt bovendien dat de nieuwe regeling geen terugwerkende kracht heeft: wanneer het feit dat aanleiding gaf tot de aansprakelijkheid vóór de inwerkingtreding van de wet plaatsvond, begint de nieuwe verjaringstermijn pas te lopen vanaf die inwerkingtreding.
Samengevat bevestigt artikel 2276quinquies BW de bijzondere verantwoordelijkheid van de notaris bij akten met uitgestelde werking. De verjaringstermijn vangt in deze gevallen slechts aan na het overlijden van de erflater, zodat de erfgenamen of andere belanghebbenden voldoende tijd behouden om een eventuele beroepsfout aan te klagen. Daarmee waarborgt de wetgever een billijk evenwicht tussen de bescherming van de rechtzoekende en de rechtszekerheid van de notaris.
- Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
- Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
