- Details
- Categorie: Rechtsleer
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Erfbelasting op vastgoed
Het hier geciteerde artikel (successierechten onroerende goederen) geeft een overzicht van de fiscale behandeling van onroerende goederen in de erfbelasting, met bijzondere aandacht voor de regels die gelden in Vlaanderen (de successierechten op onroerend goed in de OGP-context).
In grote lijnen komen de volgende belangrijke elementen aan bod:
▪️ Algemeen kader – hoe onroerend goederen worden belast in de erfbelasting, inclusief de basisprincipes en wettelijke definities (begrip “onroerend goed”, relevantie van de ligging, waardebepaling).
▪️ Waardering en aangifte – de regels en gebruikte methodes voor het bepalen van de belastbare waarde, inclusief de (beperkte) rol van het kadastraal inkomen en de referentiewaarde van vergelijkbare verkopen.
▪️ Gevallen van bijzondere waardering – bijvoorbeeld bij onverdeeldheid onder erfgenamen, verpachte of verhuurde goederen of wanneer slechts een vruchtgebruik wordt geërfd.
▪️ Vrijstellingen en gunstregimes – een bespreking van de bestaande vrijstellingen of verminderde tarieven (bijvoorbeeld voor gezinswoning, landbouwgrond, monumenten).
▪️ Concrete toepassing aan de hand van rechtspraak – met verwijzing naar recente cassatie- en hofuitspraken over waarderingsgeschillen of afwijkende aangiften.
▪️ Praktische aandachtspunten voor de adviseur – o.m. evoluerende standpunten van Vlabel, het belang van deskundige waardebepaling en aandacht voor de vorm en motivering van de aangifte.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Overige tarieven Vlaams gewest sinds 01/09/2018
|
Toepasselijk tarief tussen broers en zusters
|
||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
Voorafgaande definitie: de samenwonenden in het Waals Gewest
Toepasselijke tarieven: De successierechten worden over het netto-aandeel van elk der rechtverkrijgenden geheven volgens het tarief in onderstaande tabellen aangeduid. Nalatenschap in rechte lijn (ascendenten en descendenten), tussen echtgenoten en tussen samenwonenden
Nalatenschap tussen broers en zusters
Nalatenschap tussen ooms of tantes en neven of nichten
Nalatenschap tussen andere personen
Brussels Hoofdstedelijk Gewest Voorafgaande definitie van wettelijk samenwonende in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Toepasselijk tarief in rechte lijn (ascendenten en descendenten), tussen echtgenoten en tussen samenwonenden Het tarief in kolom I wordt per rechtverkrijgende toegepast op zijn aandeel in de belastbare waarde van de goederen.
Tarief tussen broers en zusters Dit tarief wordt per rechtverkrijgende toegepast op zijn aandeel in de belastbare waarde van de goederen.
Tarief tussen ooms of tantes en neven of nichten Dit tarief wordt toegepast op de samengenomen aandelen van die personen in de belastbare waarde van de goederen.
Tarief tussen alle andere personen Dit tarief wordt toegepast op de samengenomen aandelen van die personen in de belastbare waarde van de goederen.
In elk Gewest bestaat er, onder strikte voorwaarden, een bijzondere regelgeving voor de overdracht door overlijden van ondernemingen.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Successierechten op gezinwoning
Rechtspraak successierechten en samenwonenden:
Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen
dd. 12.03.2008:link
samenvatting
Eiseres en overledene waren op het ogenblik van het overlijden meer dan zes jaar op hetzelfde adres ingeschreven. Een uittreksel uit het bevolkingsregister houdt een weerlegbaar vermoeden in van ononderbroken samenwoning en van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Uit een brief van de verzorgingsinstelling waar overledene verbleef blijkt dat zij steeds in de instelling verbleven heeft. Zij heeft nooit op voormeld adres gewoond. Dit wordt ook niet door eiseres betwist. De Administratie heeft bijgevolg het tegenbewijs geleverd. Overmacht kan enkel ingeroepen worden voor een periode onmiddellijk aansluitend op de periode van één jaar ononderbroken samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Gelet op het feit dat er zo geen periode is geweest kan overmacht ter zake niet ingeroepen worden. Het tarief tussen samenwonenden kan derhalve niet worden toegepast.
VOLLEDIGE TEKST
VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twaalf maart tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen
In zake : A.R.Nr. 06/5330/A
D. H. R. A.,
gepensioneerde, wonende te A.
EISENDE PARTIJ
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
VERWERENDE PARTIJ
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in
gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98
van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro. Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 13 februari 2008.
* * *
De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat eiseres samenwoonde met haar zuster zodat aan eiseres het voordeel dient verleend te worden van het tarief voorzien voor samenwonenden in toepassing van artikel 48 W.Succ., dienvolgens verweerder te veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van de ingevolge dit toepasselijk tarief te veel betaalde bedragen, vermeerderd met de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.
Relevante feiten
Sedert 11 maart 1998 was de zuster van eiseres ingeschreven op het adres van eiseres. Op 17 december 2004 overleed haar zuster. Huidige betwisting heeft betrekking op de vraag of de successierechten lastens eiseres dienen berekend te worden op 11.842,22 EUR overeenkomstig het tarief tussen samenwonenden (stelling van eiseres), dan wel op 75.943,78 EUR overeenkomstig het tarief tussen broers en zusters (stelling van verweerder).
Beoordeling
Betreffende de toepassing van artikel 48 W.Succ. Het staat vast dat op het ogenblik van het overlijden er geen toestand van wettelijke samenwoning bestond tussen eiseres en haar zuster.
Krachtens artikel 48 W.Succ. wordt onder feitelijk samenwonenden verstaan de persoon of personen die op de dag van het openvallen van de nalatenschap, ten minste één jaar ononderbroken met de erflater samenwonen en er een gemeenschappelijke huishouding mee voeren; deze voorwaarden worden geacht ook vervuld te zijn indien het samenwonen en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding met de erflater, aansluitend op de bedoelde periode van één jaar tot op de dag van het overlijden, ingevolge overmacht onmogelijk is geworden; een uittreksel uit het bevolkingsregister houdt een weerlegbaar vermoeden in van ononderbroken samenwoning en van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.
Hieruit volgt dat voor de toepassing van het tarief tussen samenwonenden eiseres en haar zuster ten minste een jaar ononderbroken dienden samen te wonen en een gemeenschappelijke huishouding dienden te voeren en de overmachtsituatie slechts kan worden ingeroepen voor de periode onmiddellijk aansluitend op voornoemde periode van ten minste één jaar ononderbroken samenwoning en gemeenschappelijke huishouding.
Niettegenstaande eiseres en haar zuster sedert 11 maart 1998 ingeschreven waren op hetzelfde adres, houdt dit overeenkomstig artikel 48 W.Succ. slechts een weerlegbaar vermoeden in van ononderbroken samenwoning en van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding zodat verweerder hiervan het tegenbewijs mag leveren.
Uit de brief van 29 juni 2005 van het psychiatrisch verzorgingstehuis D. blijkt dat de zuster van eiseres reeds op 20 november 1972 werd opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis B. en dat zij op 1 januari 1991 werd getransfereerd naar het psychiatrisch verzorgingstehuis D., hetgeen door eiseres niet wordt betwist. Er wordt door eiseres evenmin betwist dat haar zuster tot op de dag van haar overlijden heeft verbleven in voornoemd psychiatrisch verzorgingstehuis D.
Hieruit volgt dan ook dat de zuster van eiseres sedert 20 november 1972 tot op de dag van haar overlijden ononderbroken in een psychiatrische instelling heeft verbleven, hetgeen trouwens door eiseres niet wordt betwist, zodat verweerder het vermoeden dat eiseres en haar zuster sedert 11 maart 1998 ononderbroken samenwoonden en een gemeenschappelijke huishouding voerden ongetwijfeld heeft weerlegd.
Aangezien verweerder aldus het vereiste tegenbewijs heeft geleverd en aangezien eiseres niet het minste bewijs levert dat zij en haar zuster ten minste één jaar daadwerkelijk hebben samengewoond en een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd onmiddellijk voorafgaand aan het verblijf van haar zuster in een psychiatrische instelling, kan eiseres niet genieten van het tarief tussen samenwonenden.
Bijgevolg heeft de administratie terecht het tarief tussen broers en zusters toegepast.
Betreffende de rechtsplegingsvergoeding Op de terechtzitting van 13 februari 2008 hebben beide partij en standpunt ingenomen over de rechtsplegingsvergoeding, die vanaf 1 januari 2008 van toepassing is, zodat de rechten van verdediging werden gerespecteerd; beide partijen zijn het erover eens dat het te dezen gaat om een niet in geld waardeerbare vordering, hetgeen ook het standpunt van de rechtbank is, en dat het basisbedrag 1.200,00 EUR bedraagt.
Beide partijen verzoeken om vermindering van dit basisbedrag, indien zij in het ongelijk worden gesteld, gelet op het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.
De rechtbank is echter van oordeel dat er geen redenen zijn om af te wijken van het basisbedrag van 1.200,00 EUR.
Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad Krachtens artikel 142/3 W.Succ. schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op l.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding
- Externe link: http://www.erfwijzer.nl/berekenen/successierecht.html
- Externe link: http://www.successierecht.be/
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
