- Details
- Categorie: Rechtsleer
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Het huwelijk, de wettelijke en de feitelijke samenwoning in het socialezekerheidsrecht
De bijdrage “Het huwelijk, de wettelijke en de feitelijke samenwoning in het sociaal zekerheidsrecht” biedt een diepgaande analyse van hoe de verschillende samenlevingsvormen in België – met name het huwelijk, de wettelijke samenwoning en de feitelijke samenwoning – juridisch worden behandeld binnen diverse takken van het sociaal zekerheidsrecht. De auteur vertrekt vanuit de vaststelling dat deze vormen van samenleven juridisch in essentie verschillen in hun vormvereisten en rechtsgevolgen, maar in de sociale zekerheid regelmatig op een gelijkaardige manier worden behandeld, met verregaande gevolgen voor de betrokkenen.
Een eerste belangrijk punt is dat de sociale zekerheidsreglementering het klassieke onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden niet consequent doortrekt. Vaak wordt er gewerkt met het criterium van ‘samenwonen’, waarbij niet alleen juridische banden, maar ook feitelijke gegevens (zoals een gemeenschappelijke hoofdverblijfplaats of een gedeelde huishouding) doorslaggevend zijn. Dit betekent dat ook personen die louter feitelijk samenwonen en geen enkele juridische band hebben, in bepaalde regelingen toch als ‘gezin’ of ‘samenwonenden’ worden beschouwd, wat invloed heeft op hun uitkeringsrechten of bijdragen.
De auteur bespreekt deze vaststelling aan de hand van concrete regelingen binnen onder andere de werkloosheidsverzekering, het leefloon, de inkomensgarantie voor ouderen (IGO), de kinderbijslag en de ziekteverzekering. In al deze stelsels wordt de leefvorm van de betrokkene mee in rekening gebracht bij de berekening of toekenning van rechten. Daarbij blijkt dat het sociaal zekerheidsrecht vaak gebruik maakt van het concept ‘gezinslast’ of ‘gezinsvoordeel’, waarbij het inkomen en de aanwezigheid van een partner bepalend zijn voor de hoogte van de uitkering. Dit gebeurt soms op basis van een louter feitelijk vermoeden van wederzijdse hulp of solidariteit tussen samenwonenden, zonder dat die veronderstelling juridisch wordt getoetst of bewezen.
In die context stelt de auteur vast dat feitelijk samenwonenden soms zwaarder worden geraakt dan wettelijk samenwonenden of gehuwden, vooral omdat zij geen beroep kunnen doen op wettelijke tegenbewijsregels of op beschermingsmechanismen die wel voor gehuwden bestaan. Omgekeerd worden feitelijk samenwonenden in andere gevallen juist op gelijke voet geplaatst met gehuwden, zonder dat zij dezelfde rechten of verplichtingen ten aanzien van elkaar hebben in andere rechtstakken. Deze juridische inconsistentie leidt volgens de auteur tot rechtsonzekerheid en ongelijke behandeling.
De bijdrage gaat verder in op de toetsing aan het gelijkheidsbeginsel en het standpunt van het Grondwettelijk Hof, dat in verschillende arresten heeft geoordeeld dat het sociaal zekerheidsrecht enige beoordelingsvrijheid heeft om leefvormen te definiëren en in regelingen te betrekken. Wel wordt benadrukt dat deze beoordeling in overeenstemming moet zijn met objectieve en redelijke criteria, en dat een louter feitelijk vermoeden van solidariteit niet volstaat om afwijkende behandeling te verantwoorden als dit disproportionele gevolgen heeft voor de betrokkene.
De auteur besluit met de vaststelling dat de huidige regelgeving onvoldoende rechtszekerheid biedt en te weinig transparantie vertoont in de manier waarop de leefvormen worden beoordeeld. Hij pleit voor een coherenter en meer juridisch onderbouwd onderscheid in het sociaal zekerheidsrecht, waarbij feitelijke samenlevingsvormen niet langer op ondoorzichtige wijze worden gelijkgesteld met juridische banden, tenzij dit op expliciete en verantwoorde gronden gebeurt.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
