- Details
- Categorie: Rechtsleer
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Restverontreiniging vs. artikel 1384 oud BW 6.16 (nieuw) BW
L. Kerkstoel, Restverontreiniging vs. artikel 1384, eerste lid BW: en de bewaarder, die saneerde voort …, bespreking Gent 29 maart 2018, STORM 2019/4 (23/01 Jurisquarebibliotheek).
Samenvatting
De Vlaamse bodemregelgeving erkent dat na sanering een bepaalde restverontreiniging kan achterblijven, bijvoorbeeld omdat een volledige verwijdering niet technisch of economisch haalbaar is. Toch betekent dit niet dat het verhaal daarmee juridisch ten einde is. Integendeel: ook wanneer de bodem volgens de bevoegde overheid voldoende gesaneerd is in het licht van de doelstellingen van het Bodemdecreet, kan de gedupeerde eigenaar van een aangrenzend perceel zich wenden tot het gemeen aansprakelijkheidsrecht om alsnog een verdergaande sanering af te dwingen.
Sanering volgens het Bodemdecreet: een minimumaanpak
Het Bodemdecreet voorziet in een geïntegreerde aanpak van bodemverontreiniging, met inbegrip van beschrijvend bodemonderzoek, saneringsprojecten en opvolging via monitoring. Daarbij wordt rekening gehouden met het zogenoemde BATNEEC-principe (Best Available Techniques Not Entailing Excessive Costs), waarbij het saneringsdoel afgewogen wordt tegen de kosten. In die context wordt een passieve aanpak, zoals grondwatermonitoring of risicobeheersing, in veel gevallen als voldoende geacht. Een actieve verwijdering van alle sporen van verontreiniging is zelden het uitgangspunt.
Artikel 1384, eerste lid BW: aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken
Een ander verhaal ontstaat wanneer de bodemverontreiniging niet uitsluitend vanuit het bodemsaneringsrecht wordt bekeken, maar via het klassieke aansprakelijkheidsrecht. Volgens artikel 1384, eerste lid BW is de bewaarder van een gebrekkige zaak aansprakelijk voor de schade die door die zaak wordt veroorzaakt. In het geval van bodemverontreiniging kan een gebrekkige opslagtank, bijvoorbeeld een lek in een stookolietank, aanleiding geven tot aansprakelijkheid voor de verontreiniging die zich ook tot een naastliggend perceel heeft verspreid.
De eigenaar van dat aangrenzende perceel kan in dat geval niet alleen aanspraak maken op een schadevergoeding in geld, maar ook op herstel in natura, met name de sanering van zijn perceel.
Restverontreiniging: ook zonder milieurisico blijft er schade
Een belangrijke vaststelling is dat de rechter erkent dat een restverontreiniging, zelfs al houdt zij volgens de OVAM geen actueel milieurisico in, een zekere en vaststaande schade kan uitmaken. De aanwezigheid van verontreiniging beïnvloedt immers de marktwaarde van het onroerend goed en kan bijgevolg een vermogensschade uitmaken die herstel behoeft.
Herstel in natura versus rechtsmisbruik
De verweerders in dergelijke geschillen beroepen zich vaak op het verbod van rechtsmisbruik, met het argument dat een gevorderde actieve sanering buitensporig duur of disproportioneel is. Toch is het zo dat enkel wanneer het nadeel van het gevorderde herstel niet in verhouding staat tot het beoogde voordeel, er sprake kan zijn van rechtsmisbruik.
In de beoordeling weegt de rechter alle omstandigheden van het concrete geval. Zo zal het feit dat de restverontreiniging een impact heeft op de waarde van het goed, doorgaans voldoende zijn om een actieve sanering te rechtvaardigen. Pas wanneer een sanering onder een gebouw of in een technische onhaalbare context aanzienlijke kosten vergt, kan een rechter besluiten dat een geldelijke vergoeding gepaster is.
Het gemene recht als aanvullend instrument
Deze rechtspraak onderstreept dat het bodemsaneringsrecht niet exclusief is. De bepalingen van het Bodemdecreet beogen voornamelijk bescherming van het milieu en het beperken van risico’s voor mens en omgeving. Ze sluiten echter niet uit dat een benadeelde zich op het burgerlijk recht beroept om schade te verhalen. In dat opzicht kan het gemeen recht voor een particulier een ruimer resultaat opleveren dan de publieke bodemsaneringsregels.
Besluit
Hoewel de Vlaamse bodemregelgeving bewust ruimte laat voor restverontreiniging, betekent dit niet dat een eigenaar van een getroffen perceel zich daarbij moet neerleggen. Via het klassieke aansprakelijkheidsrecht – meer bepaald artikel 1384, eerste lid BW – kan hij alsnog een volledige sanering bekomen, mits aan de voorwaarden van aansprakelijkheid en proportionaliteit is voldaan. Dit toont hoe het privaatrecht een essentiële aanvulling vormt op het bestuursrechtelijk bodembeleid, en in bepaalde gevallen zelfs het verschil kan maken tussen een gedevalueerd goed en een herstelde eigendom.
Samenvatting
De Vlaamse bodemregelgeving erkent dat na sanering een bepaalde restverontreiniging kan achterblijven, bijvoorbeeld omdat een volledige verwijdering niet technisch of economisch haalbaar is. Toch betekent dit niet dat het verhaal daarmee juridisch ten einde is. Integendeel: ook wanneer de bodem volgens de bevoegde overheid voldoende gesaneerd is in het licht van de doelstellingen van het Bodemdecreet, kan de gedupeerde eigenaar van een aangrenzend perceel zich wenden tot het gemeen aansprakelijkheidsrecht om alsnog een verdergaande sanering af te dwingen.
Sanering volgens het Bodemdecreet: een minimumaanpak
Het Bodemdecreet voorziet in een geïntegreerde aanpak van bodemverontreiniging, met inbegrip van beschrijvend bodemonderzoek, saneringsprojecten en opvolging via monitoring. Daarbij wordt rekening gehouden met het zogenoemde BATNEEC-principe (Best Available Techniques Not Entailing Excessive Costs), waarbij het saneringsdoel afgewogen wordt tegen de kosten. In die context wordt een passieve aanpak, zoals grondwatermonitoring of risicobeheersing, in veel gevallen als voldoende geacht. Een actieve verwijdering van alle sporen van verontreiniging is zelden het uitgangspunt.
Artikel 1384, eerste lid BW: aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken
Een ander verhaal ontstaat wanneer de bodemverontreiniging niet uitsluitend vanuit het bodemsaneringsrecht wordt bekeken, maar via het klassieke aansprakelijkheidsrecht. Volgens artikel 1384, eerste lid BW is de bewaarder van een gebrekkige zaak aansprakelijk voor de schade die door die zaak wordt veroorzaakt. In het geval van bodemverontreiniging kan een gebrekkige opslagtank, bijvoorbeeld een lek in een stookolietank, aanleiding geven tot aansprakelijkheid voor de verontreiniging die zich ook tot een naastliggend perceel heeft verspreid.
De eigenaar van dat aangrenzende perceel kan in dat geval niet alleen aanspraak maken op een schadevergoeding in geld, maar ook op herstel in natura, met name de sanering van zijn perceel.
Restverontreiniging: ook zonder milieurisico blijft er schade
Een belangrijke vaststelling is dat de rechter erkent dat een restverontreiniging, zelfs al houdt zij volgens de OVAM geen actueel milieurisico in, een zekere en vaststaande schade kan uitmaken. De aanwezigheid van verontreiniging beïnvloedt immers de marktwaarde van het onroerend goed en kan bijgevolg een vermogensschade uitmaken die herstel behoeft.
Herstel in natura versus rechtsmisbruik
De verweerders in dergelijke geschillen beroepen zich vaak op het verbod van rechtsmisbruik, met het argument dat een gevorderde actieve sanering buitensporig duur of disproportioneel is. Toch is het zo dat enkel wanneer het nadeel van het gevorderde herstel niet in verhouding staat tot het beoogde voordeel, er sprake kan zijn van rechtsmisbruik.
In de beoordeling weegt de rechter alle omstandigheden van het concrete geval. Zo zal het feit dat de restverontreiniging een impact heeft op de waarde van het goed, doorgaans voldoende zijn om een actieve sanering te rechtvaardigen. Pas wanneer een sanering onder een gebouw of in een technische onhaalbare context aanzienlijke kosten vergt, kan een rechter besluiten dat een geldelijke vergoeding gepaster is.
Het gemene recht als aanvullend instrument
Deze rechtspraak onderstreept dat het bodemsaneringsrecht niet exclusief is. De bepalingen van het Bodemdecreet beogen voornamelijk bescherming van het milieu en het beperken van risico’s voor mens en omgeving. Ze sluiten echter niet uit dat een benadeelde zich op het burgerlijk recht beroept om schade te verhalen. In dat opzicht kan het gemeen recht voor een particulier een ruimer resultaat opleveren dan de publieke bodemsaneringsregels.
Besluit
Hoewel de Vlaamse bodemregelgeving bewust ruimte laat voor restverontreiniging, betekent dit niet dat een eigenaar van een getroffen perceel zich daarbij moet neerleggen. Via het klassieke aansprakelijkheidsrecht – meer bepaald artikel 1384, eerste lid BW – kan hij alsnog een volledige sanering bekomen, mits aan de voorwaarden van aansprakelijkheid en proportionaliteit is voldaan. Dit toont hoe het privaatrecht een essentiële aanvulling vormt op het bestuursrechtelijk bodembeleid, en in bepaalde gevallen zelfs het verschil kan maken tussen een gedevalueerd goed en een herstelde eigendom.
Lijst externe links
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
