- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Het aanvangspunt van de verjaringstermijnen in het gemeen recht
De verjaringstermijn begint te lopen vanaf de dag waarop de aanspraak opeisbaar wordt. Dit beginsel wordt samengevat in het klassieke adagium actiones non natae non praescribuntur: een rechtsvordering die nog niet is ontstaan, kan niet verjaren. De bevrijdende verjaring is immers een verweermiddel dat pas zin heeft wanneer de schuldeiser effectief het recht heeft om uitvoering van zijn vordering te eisen. Zolang de verbintenis niet opeisbaar is, ontbreekt die mogelijkheid, en kan de termijn dus niet beginnen te lopen.
Het Burgerlijk Wetboek past dit uitgangspunt op meerdere punten concreet toe. Zo bepaalt artikel 2257, tweede lid BW dat de verjaring van een voorwaardelijke verbintenis pas aanvangt na de vervulling van de voorwaarde. Het betreft uitsluitend verbintenissen onder opschortende voorwaarde: zolang de toekomstige en onzekere gebeurtenis zich niet heeft voorgedaan, is de verbintenis niet uitvoerbaar en kan de schuldeiser zijn recht niet uitoefenen. Zodra de voorwaarde vervuld is, wordt de verbintenis opeisbaar en begint de verjaring te lopen.
Bij verbintenissen tot vrijwaring geldt volgens artikel 2257, derde lid BW dat de verjaring pas aanvangt op het ogenblik van de uitwinning: pas wanneer de schuldenaar wordt aangesproken tot uitvoering, ontstaat de mogelijkheid voor de vrijwaringsplichtige om de schuld te verhalen, en dus ook het verjaringsrisico.
In artikel 2257, vierde lid BW wordt hetzelfde principe toegepast op verbintenissen met een opschortende tijdsbepaling. De vordering wordt pas opeisbaar bij het verstrijken van de overeengekomen termijn. De verjaring begint bijgevolg pas te lopen vanaf die vervaldag. Dit principe geldt bijvoorbeeld voor de terugbetaling van een lening die pas na verloop van een aantal jaren moet plaatsvinden: de verjaring begint te lopen op de vervaldatum van de terugbetaling, niet op de datum van de lening.
Een rechterlijke uitspraak van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 29 maart 2012 illustreert deze regel in de praktijk. In die zaak ging het om een lening die in maandelijkse schijven moest worden terugbetaald. De rechtbank oordeelde dat voor elke afzonderlijke maandtermijn een eigen verjaringstermijn begon te lopen op het einde van die maand. De verjaring loopt dus niet in één keer voor de volledige schuld, maar afzonderlijk voor elke opeisbare termijn.
Het beginsel dat de verjaring pas aanvangt bij opeisbaarheid heeft tal van praktische gevolgen. Zo:
-
Begint de verjaring van de borgtocht pas te lopen vanaf het moment waarop de hoofdvordering zelf aan verjaring onderhevig wordt.
-
Begint de verjaring van een verbintenis om iets niet te doen (zoals een niet-concurrentiebeding) pas te lopen vanaf de schending van dat verbod, niet vanaf de sluiting van de overeenkomst.
-
Begint de verjaring van een vordering tot terugbetaling van een onverschuldigde betaling op de dag van de betaling zelf, omdat de aanspraak pas dan ontstaat.
In uitzonderlijke situaties kan het aanvangspunt worden uitgesteld wanneer de onverschuldigdheid van de betaling pas later ontstaat of wanneer een latere gebeurtenis de betaling retroactief onverschuldigd maakt — bijvoorbeeld door een rechterlijke uitspraak. In dat geval kan de schuldeiser niet verweten worden dat hij de verjaring niet eerder heeft ingeroepen.
Voor contractuele schadevorderingen begint de verjaring pas te lopen nadat het schadeverwekkende feit zich heeft voorgedaan én de schade zich heeft veruitwendigd. Een aanspraak kan dus pas verjaren wanneer er daadwerkelijk schade is. Illustratief is het arrest van het Franse Hof van Cassatie van 13 juli 1966, waarin een onderneming in 1866 een zoutmijn had opgevuld in strijd met de voorschriften. De schade – bodemverzakkingen – trad pas decennia later op, tussen 1924 en 1956. Het Hof oordeelde dat de vordering niet verjaard was, omdat de verjaring pas begon te lopen op het ogenblik dat de schade zich manifesteerde.
Het Belgische recht eist daarentegen niet dat de schuldeiser kennis heeft van zijn aanspraak opdat de verjaring zou beginnen te lopen. Het adagium contra non valentem non currit praescriptio, dat stelt dat de verjaring niet loopt tegen wie zijn recht niet kan uitoefenen, heeft geen algemene gelding in het Belgische gemeen recht. De termijn begint dus objectief te lopen bij opeisbaarheid, ongeacht de kennis van de schuldeiser.
Ook de actio iudicati, de vordering tot uitvoering van een rechterlijk vonnis, verjaart vanaf het ogenblik dat de uitspraak is geveld. De betekening of de kracht van gewijsde is daarvoor niet vereist: de verjaring vangt aan bij het uitspreken van het vonnis zelf.
Tot slot bestaan er een aantal wettelijke uitzonderingen op deze algemene regel. Zo begint de verjaring bij relatieve nietigheden te lopen vanaf specifieke momenten die verband houden met de oorzaak van de nietigheid. Volgens artikel 1304 BW start de termijn bij geweld pas op de dag waarop het geweld ophoudt, en bij dwaling of bedrog pas op de dag waarop deze worden ontdekt. Voor handelingen van onbekwamen begint de verjaring pas te lopen vanaf de opheffing van de onbekwaamheid, en voor minderjarigen vanaf hun meerderjarigheid.
De wet van 10 juni 1998 heeft bovendien de duur van de verjaringstermijn voor zowel absolute als relatieve nietigheden gelijkgesteld op tien jaar, waardoor enkel nog het aanvangspunt verschilt.
Het Belgische gemeenrechtelijk systeem berust aldus op een objectieve en opeisbaarheidsgebonden aanvang van de verjaring, met beperkte afwijkingen die de billijkheid waarborgen in uitzonderlijke situaties. Dat systeem verzekert rechtszekerheid, maar laat tegelijk ruimte voor een genuanceerde toepassing in gevallen waarin de vordering pas later tot bestaan komt of de schade zich pas in de tijd manifesteert.
FAQ – Het aanvangspunt van de verjaringstermijnen in het Belgisch recht
Wanneer begint een verjaringstermijn te lopen?
De verjaring begint te lopen vanaf het ogenblik waarop de aanspraak opeisbaar is. Dit betekent dat de schuldeiser vanaf dat moment gerechtigd is om nakoming te vorderen van zijn schuldenaar. Zolang de vordering niet opeisbaar is, kan er geen sprake zijn van verjaring.
Wat betekent het principe actiones non natae non praescribuntur?
Dit klassieke rechtsbeginsel houdt in dat vorderingen die nog niet zijn ontstaan, niet kunnen verjaren. De verjaring kan dus pas lopen wanneer de rechtsvordering bestaat én afdwingbaar is.
Hoe past het Burgerlijk Wetboek dit beginsel toe?
Artikel 2257 BW bevat meerdere toepassingen:
-
Bij een opschortende voorwaarde begint de verjaring pas te lopen vanaf de vervulling van die voorwaarde.
-
Bij een vrijwaringsverbintenis begint de verjaring pas bij de uitwinning.
-
Bij een opschortende tijdsbepaling start de termijn pas te lopen op de vervaldag van de verbintenis.
Wat als een lening in schijven moet worden terugbetaald?
Volgens de rechtbank van koophandel te Dendermonde (29 maart 2012) begint voor elke maandtermijn afzonderlijk een eigen verjaringstermijn te lopen vanaf het einde van die maand. De verjaring loopt dus niet in één keer voor de volledige schuld.
Wanneer begint de verjaring bij een borgtocht?
De verjaring van de borgtocht volgt die van de hoofdschuld: ze begint pas te lopen wanneer de verjaring van de hoofdvordering zelf aanvangt.
Wanneer begint de verjaring bij een niet-concurrentiebeding?
Bij een verbintenis om niet te doen (zoals een niet-concurrentiebeding) begint de verjaring pas te lopen vanaf de schending van het verbod, niet vanaf het sluiten van het contract.
Hoe zit het met onverschuldigde betalingen?
De verjaring van de vordering tot terugbetaling van een onverschuldigde betaling begint op de dag van de betaling zelf, omdat de aanspraak pas dan ontstaat. Als de betaling pas later onverschuldigd blijkt te zijn (bijvoorbeeld na een rechterlijke uitspraak), begint de verjaring pas te lopen vanaf dat latere moment.
En bij contractuele schadevorderingen?
De verjaring begint pas te lopen nadat het schadeverwekkende feit zich heeft voorgedaan én de schade zich daadwerkelijk heeft geopenbaard. Er kan dus geen verjaring zijn zolang de schade niet zichtbaar of concreet is geworden.
Is kennis door de schuldeiser vereist voor de aanvang van de verjaring?
Nee. In het Belgisch gemeen recht is kennis van de aanspraak door de schuldeiser niet vereist. Het adagium contra non valentem non currit praescriptio geldt niet algemeen. De verjaring begint objectief te lopen bij de opeisbaarheid van de vordering, ongeacht of de schuldeiser weet dat hij een vordering heeft.
Wanneer begint de verjaring van een vonnis te lopen?
De verjaring van de actio iudicati begint te lopen vanaf het moment dat het vonnis wordt uitgesproken, niet pas vanaf de betekening of vanaf het ogenblik dat het vonnis in kracht van gewijsde treedt.
Bestaan er wettelijke uitzonderingen op deze regel?
Ja. De wet voorziet afwijkende aanvangspunten voor bepaalde gevallen, zoals bij relatieve nietigheden (artikel 1304 BW):
-
bij geweld vanaf de dag waarop het geweld ophoudt;
-
bij dwaling of bedrog vanaf de ontdekking ervan;
-
bij onbekwamen vanaf de opheffing van de onbekwaamheid;
-
bij minderjarigen vanaf hun meerderjarigheid.
Wat is het algemene principe van het Belgisch systeem?
Het Belgisch verjaringsrecht hanteert een objectieve, op opeisbaarheid gebaseerde aanvangsregel. Alleen de wet kan hiervan afwijken. Dit zorgt voor rechtszekerheid en voorspelbaarheid, maar vereist dat schuldeisers alert blijven: de tijd begint te lopen zodra hun recht opeisbaar is, ongeacht hun kennis of wil om te handelen.
- Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
- Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
