- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 10
Fraus omnia corrumpit begrenst de rechtsgevolgen van bedrog, maar niet verder dan nodig
Het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit verduidelijkt dat de rechtsregel geen uitwerking mag verlenen aan het bedrog van het rechtssubject.
Het adagium "fraus omnia corrumpit" werd verankerd in artikel 1.10 NBW waarvan de tekst luidt:
"De opzettelijke fout, gepleegd met het oogmerk te schaden of uit winstbejag, mag de dader geen voordeel verschaffen."
Op grond van het beginsel «fraus omnia corrumpit» kan men zich nooit op zijn bedrog beroepen, noch in contractuele noch in buitencontractuele verhoudingen, om de toepassing van een rechtsregel in zijn voordeel te rechtvaardigen. (A. VAN OEVELEN, «Algemene rechtsbeginselen in het verbintenissen- en contractenrecht» in M. VAN HOECKE (red.), Algemene Rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 137; B. WEYTS, «Fraus omnia corrumpit in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht: geen aansprakelijkheidsverdeling in geval van opzet», RW 2002-03, p. 1631, nr. 7).
Het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit heeft een duidelijke functie: het moet verhinderen dat iemand voordeel haalt uit een bedrieglijke gedraging. Die sanctie is evenwel niet onbeperkt. De vernietigende werking van het beginsel reikt slechts zover als nodig is om het door het bedrog nagestreefde doel onmogelijk te maken. Zodra dat doel reeds op afdoende wijze wordt geneutraliseerd, bestaat er geen grond om ook andere rechtsgevolgen zonder meer uit te schakelen.
Daarmee wordt het beginsel niet verzwakt, maar juist juridisch afgebakend. Bedrog tast rechten en vorderingen aan voor zover zij het beoogde ongeoorloofde voordeel ondersteunen. Het kan niet dienen als een algemene uitsluitingsgrond om elke aanspraak van de bedrieger in alle opzichten teniet te doen. De sanctie moet functioneel blijven en in verhouding staan tot wat nodig is om het bedrieglijke resultaat te verhinderen.
Een vrijwaringsvordering kan niet automatisch vervallen door bedrog
Wanneer een partij zich schuldig maakt aan bedrog, betekent dit niet zonder meer dat elke latere vordering van die partij ongegrond wordt. Dat geldt ook voor een vrijwaringsvordering. Indien het bedrog erin bestond een prestatie te verkrijgen zonder daarvoor te betalen, dan volstaat het in beginsel dat de bedrieger alsnog tot betaling van die prestatie wordt gehouden. Op dat ogenblik wordt precies verhinderd dat het beoogde vermogensvoordeel behouden blijft.
Wordt daarnaast ook nog geoordeeld dat een vrijwaringsvordering reeds omwille van datzelfde bedrog moet worden afgewezen, dan wordt het rechtsbeginsel verder doorgetrokken dan noodzakelijk is. In dat geval dient het beginsel niet langer enkel om het bedrieglijke voordeel weg te nemen, maar krijgt het een ruimere, bestraffende draagwijdte. Die uitbreiding is niet verenigbaar met de eigenlijke functie van fraus omnia corrumpit.
De kern ligt dus in de vraag welk doel het bedrog precies nastreefde. Zodra dat doel wordt verijdeld, is het rechtsbeginsel uitgewerkt. Een bijkomende ontzegging van rechten vraagt dan een afzonderlijke rechtsgrond en kan niet louter op dit beginsel worden gesteund.
De beoordeling moet aansluiten bij het concrete bedrieglijke doel
De toepassing van fraus omnia corrumpit veronderstelt een nauwkeurige afbakening van het beoogde resultaat van de bedrieglijke gedraging. Niet elk gevolg dat in een ruim verband staat met het bedrog mag worden uitgewist. Alleen die rechtsgevolgen die noodzakelijk moeten verdwijnen om het bedrieglijke opzet zonder uitwerking te laten, komen daarvoor in aanmerking.
Dat brengt een belangrijke nuance aan in de rechtspraktijk. De rechter mag niet volstaan met de vaststelling dat bedrog is gepleegd. Hij moet ook onderzoeken welk voordeel werd nagestreefd en of dat voordeel niet reeds op een andere wijze wordt ontnomen. Het beginsel werkt dus doelgericht en niet absoluut. Het voorkomt verrijking door bedrog, maar vormt geen algemene bron van burgerlijke rechteloosheid voor de bedrieger.
Het beginsel fraus omnia corrumpit heeft een algemene gelding in het verbintenissenrecht en vindt niet alleen toepassing bij de totstandkoming van de verbintenis, maar ook bij de uitvoering of de uitdoving ervan.
Zie ook hierna geciteerde cassatierechtspraak
Voor de wettelijke bepalingen van bedrog in het NBW zie www.elfri.be - Artikel - Bedrog
Zie ook - Fraus omnia corrumpit heeft voorrang op verjaring
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
