Elfri.be – juridische kennisbank met rechtspraak, commentaar, modellen en praktische tips

Voor juristen, advocaten, ondernemingen en rechtszoekenden

Elfri.be
  • Home
  • Categorieën
    • Juridsiche bijdragen
    • Rechtspraak
    • Rechtsleer
    • Wetgeving
    • Modellen
    • Nuttige adressen
    • Nuttige linken
    • Publicaties
    • Veelgestelde Vragen
  • zoeken
  • Kantoor
    • Typo
  • Contact
    • Stel uw vraag aan een advocaat
    • Stel een vraag over de website
  • Kernwoorden
  • Abonnement
    • Abonnement op website nemen
    • Onmiddelijke toegang
    • Abonnement verlengen
    • Abonnement aanpassen
    • Historiek
    • Abonnement beheren of annuleren
  • Webshop
    • Lijst van beschikbare modellen
    • Winkelwagen
  • Mijn account
    • Inloggen
    • Paswoord vergeten
    • Mijn profiel
    • Mijn profiel aanpassen
    • UItloggen
    • Gebruikersnaam vergeten
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Startpagina
  3. Categorieën
  4. Juridsiche bijdragen
  5. Het aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn bij buitencontractuele aansprakelijkheid
Vorig artikel: De gemeenrechtelijke tienjarige verjaringstermijn van artikel 2262bis BW en de dubbele termijn bij buitencontractuele aansprakelijkheid Vorige Volgende artikel: De twintigjarige verjaringstermijn: betekenis en toepassingsgebied vandaag Volgende
Details
Categorie: Artikel
Redactieteam-elfri.be By Redactieteam-elfri.be
Redactieteam-elfri.be
Laatst bijgewerkt: 30 september 2026
Hits: 4

Het aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn bij buitencontractuele aansprakelijkheid

De vijfjarige verjaringstermijn van artikel 2262bis, §1, tweede lid BW begint te lopen zodra het slachtoffer daadwerkelijke kennis heeft van zowel de schade als van de identiteit van de aansprakelijke persoon. Deze twee kennisvereisten zijn cumulatief: de termijn gaat pas lopen als het slachtoffer beide elementen kent. Zolang één van deze twee onbekend blijft, begint de verjaring niet te lopen.

In de meeste gevallen weet het slachtoffer meteen wie de schade heeft veroorzaakt en waarin de schade bestaat. Toch ontstaan in de praktijk moeilijkheden bij de beoordeling van het precieze aanvangspunt van de termijn.

De rol van het causaal verband

De wet vermeldt niet dat het slachtoffer kennis moet hebben van het causaal verband tussen de fout en de schade. Sommige rechtspraak oordeelde dat kennis van het oorzakelijk verband geen vereiste is om de termijn te doen lopen. In een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt (30 juni 2008) werd beslist dat de verjaring reeds begon te lopen toen het slachtoffer wist dat zij schade had geleden en wie haar had behandeld, zonder dat het oorzakelijk verband al vaststond.

De meerderheid van de rechtsleer volgt dit standpunt echter niet. Volgens de heersende opvatting moet het slachtoffer voldoende zekerheid hebben over het oorzakelijk verband alvorens de termijn kan aanvangen. De kennis van de identiteit van de dader impliceert immers dat men weet dat er een verband bestaat tussen diens fout en de geleden schade.

Effectieve of normatieve kennis

Een tweede discussie betreft de vraag of de kennisvereisten slaan op de daadwerkelijke (subjectieve) kennis van het slachtoffer, of op wat een normaal zorgvuldig persoon behoren te weten (normatieve kennis).

Lange tijd aanvaardde een deel van de rechtsleer dat normatieve kennis volstond: wie redelijkerwijze had moeten weten dat er schade was en wie die veroorzaakt had, werd geacht kennis te hebben.

Het Hof van Cassatie heeft in een principearrest van 26 april 2012 deze benadering verworpen. Het Hof besliste dat enkel daadwerkelijke kennis het aanvangspunt van de verjaring bepaalt. De verjaring begint dus niet te lopen op het moment waarop men geacht wordt kennis te hebben, maar pas wanneer men de feiten werkelijk kent.

Wel moet de rechter die kennis objectief afleiden uit concrete omstandigheden. Het volstaat niet dat het slachtoffer louter beweert niet op de hoogte te zijn geweest. De rechter moet nagaan of het slachtoffer in de feiten effectief onwetend was, of integendeel uit loutere nalatigheid niet heeft willen weten.

Onderzoeksplicht en bewijs van kennis

Hoewel daadwerkelijke kennis vereist is, sluit dit niet uit dat op het slachtoffer een redelijke onderzoeksplicht rust. Wie uit nonchalance geen stappen zet om de oorzaak of de dader van zijn schade te achterhalen, kan zich niet beroepen op onwetendheid. De rechter moet daarbij een onderscheid maken tussen echte onwetendheid en laksheid.

De partij die zich op verjaring beroept, moet bewijzen dat het slachtoffer meer dan vijf jaar vóór de inleiding van zijn vordering kennis had van de schade en van de dader. De bewijsregels van artikel 1315 BW en 870 Ger.W. zijn daarbij van toepassing.

Kennis van de schade

De eerste kennisvereiste betreft de schade zelf. Het slachtoffer moet weten dat er schade is, maar de omvang ervan hoeft niet vast te staan. Het Hof van Cassatie verduidelijkte in een arrest van 9 december 2010 dat kennis van de schade niet betekent dat de schade reeds volledig gekwantificeerd moet zijn. Het volstaat dat het slachtoffer weet dat hij schade heeft geleden, zelfs al moet een deskundige nog de precieze omvang vaststellen.

De kennis kan ook betrekking hebben op toekomstige schade wanneer redelijkerwijze vaststaat dat deze zich zal voordoen.

Bij voortdurende of geleidelijke schadegevallen (zoals milieuschade) rijst de vraag wanneer de termijn aanvangt. Volgens een eerste visie begint de verjaring dagelijks te lopen naarmate de schade zich manifesteert; volgens een tweede visie pas wanneer het schadeverwekkende gedrag ophoudt en de schade volledig kan worden vastgesteld.

Bij verzwaring van schade begint voor de bijkomende schade een nieuwe verjaringstermijn te lopen, te rekenen vanaf de kennis van die verzwaring.

Kennis van de identiteit van de dader

Het tweede kennisvereiste betreft de identiteit van de aansprakelijke persoon. De termijn begint pas te lopen wanneer het slachtoffer voldoende gegevens kent om de dader concreet te kunnen identificeren en in rechte te dagvaarden.

Het Hof van Cassatie bevestigde in een arrest van 22 september 2011 dat hiervoor geen strafrechtelijke veroordeling van de dader vereist is: het volstaat dat het slachtoffer weet wie de vermoedelijke dader is.

Van het slachtoffer mag verwacht worden dat het enig onderzoek verricht om de dader te identificeren. Wie bewust nalaat na te gaan wie aansprakelijk is, kan zich niet beroepen op onwetendheid.

Wanneer het slachtoffer aanvankelijk de verkeerde persoon aanspreekt, begint de verjaring tegen de werkelijke dader pas te lopen op het moment dat het slachtoffer diens identiteit kent. Bij meerdere daders kan de verjaring tegen elk van hen afzonderlijk en op een verschillend tijdstip aanvangen, naargelang de kennis over hun betrokkenheid wordt verworven.

Conclusie

Het aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn bij buitencontractuele aansprakelijkheid is een feitelijke en individuele beoordeling. De rechter moet vaststellen wanneer het slachtoffer daadwerkelijk kennis had van zowel de schade als de identiteit van de dader. Enkel dan begint de termijn te lopen.

De rechtspraak van het Hof van Cassatie heeft met het arrest van 26 april 2012 duidelijk gekozen voor een subjectieve benadering, waarbij daadwerkelijke kennis vereist is, maar waarbij de rechter in concreto moet nagaan of het slachtoffer niet uit nalatigheid heeft nagelaten de relevante feiten te achterhalen. Deze evenwichtige interpretatie beschermt tegelijk de belangen van het slachtoffer én de rechtszekerheid van de aansprakelijke partij.

 
 
 
  • Franse term: prescription
  • Vrije inhoud:

    FAQ – Aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn (artikel 2262bis, §1, tweede lid BW)

    1. Wanneer begint de vijfjarige verjaringstermijn te lopen?
    De termijn begint pas te lopen wanneer het slachtoffer daadwerkelijk kennis heeft van twee elementen:

    1. de schade (of de verzwaring ervan), en

    2. de identiteit van de aansprakelijke persoon.
      Beide kennisvereisten moeten cumulatief vervuld zijn.


    2. Wat betekent “daadwerkelijke kennis”?
    Het Hof van Cassatie heeft in zijn arrest van 26 april 2012 bepaald dat enkel effectieve, feitelijke kennis van de schade en van de dader de verjaring doet beginnen. Het volstaat dus niet dat het slachtoffer had kunnen of moeten weten wie aansprakelijk is of dat er schade was.


    3. Is kennis van het oorzakelijk verband tussen fout en schade vereist?
    Hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk vermeldt, wordt in de rechtsleer aanvaard dat het slachtoffer een minimale zekerheid moet hebben over het causaal verband tussen de fout en de schade. Zonder dat verband heeft de kennis van de identiteit van de dader immers geen betekenis.


    4. Wat is het verschil tussen “daadwerkelijke” en “normatieve” kennis?

    • Daadwerkelijke kennis: de benadeelde weet het echt.

    • Normatieve kennis: de benadeelde had het moeten weten volgens de maatstaf van een normaal zorgvuldig persoon.
      Sinds Cass. 26 april 2012 geldt enkel de daadwerkelijke kennis als vertrekpunt.


    5. Heeft het slachtoffer een onderzoeksplicht?
    Ja, maar in beperkte mate. Wie opzettelijk niets onderneemt om de oorzaak of de dader van de schade te achterhalen, kan zich niet beroepen op onwetendheid. De rechter maakt een onderscheid tussen echte onwetendheid en laksheid of nalatigheid.


    6. Wat als het slachtoffer de verkeerde persoon dagvaardt?
    Wanneer de benadeelde zich vergist en de verkeerde persoon aanspreekt, begint de verjaring tegen de werkelijke dader pas te lopen vanaf het moment waarop het slachtoffer kennis krijgt van diens identiteit.


    7. Kan de verjaring verschillend beginnen te lopen voor verschillende daders?
    Ja. Indien meerdere personen aansprakelijk zijn, kan de verjaring voor elk van hen afzonderlijk aanvangen, afhankelijk van het moment waarop het slachtoffer hun identiteit leert kennen.


    8. Wat houdt kennis van de schade in?
    Kennis van de schade betekent dat het slachtoffer weet dat er schade is, niet dat de omvang ervan volledig vaststaat. Het Hof van Cassatie besliste in 2010 dat ook kennis van schade waarvan de grootte nog niet bekend is, volstaat om de termijn te doen lopen.


    9. En wat bij verergering van de schade?
    Wanneer de schade later verergert, begint voor de aanvullende schade een nieuwe vijfjarige termijn te lopen, te rekenen vanaf de kennis van die verzwaring.


    10. Hoe zit het met voortdurende schade, zoals milieuvervuiling?
    Bij voortdurende of geleidelijke schadegevallen (bv. blootstelling aan schadelijke stoffen) is de rechtspraak verdeeld:

    • volgens sommigen begint de verjaring dagelijks te lopen naarmate de schade zich voordoet;

    • anderen menen dat de termijn pas begint na beëindiging van het schadeverwekkend gedrag.


    11. Moet het slachtoffer weten dat hij een juridische vordering heeft?
    Neen. Het volstaat dat het slachtoffer de feitelijke omstandigheden kent die de basis kunnen vormen voor een aanspraak. De kennis van het bestaan van een juridische rechtsvordering is niet vereist.


    12. Wie moet het bewijs leveren van de kennis?
    De partij die zich op verjaring beroept moet bewijzen dat de benadeelde meer dan vijf jaar vóór het instellen van de vordering kennis had van de schade en van de dader. De rechter beoordeelt dit aan de hand van de feiten, documenten en gedragingen van partijen.


    13. Wat als het slachtoffer beweert dat hij niets wist?
    Een loutere verklaring van onwetendheid volstaat niet. De rechter moet objectieve aanwijzingen beoordelen en mag kennis afleiden uit omstandigheden zoals medische rapporten, correspondentie of eerdere klachten.


    14. Bestaat er een verschil tussen effectieve onwetendheid en laksheid?
    Ja. Enkel daadwerkelijke onwetendheid stelt de verjaring uit. Wie omwille van onverschilligheid, nalatigheid of onwil geen onderzoek doet, wordt geacht kennis te hebben gehad.


    15. Wanneer begint de termijn voor de werkelijke schadeverwekker te lopen als er een vergissing was?
    Pas vanaf het moment van daadwerkelijke kennis van zijn identiteit. De vergissing schorst dus de verjaring tegenover de juiste dader.


    16. Wat is de verhouding met de absolute termijn van twintig jaar?
    Zelfs als de benadeelde pas laat kennis krijgt van de schade of de dader, verjaart de vordering in elk geval twintig jaar na het schadeverwekkend feit. Die absolute termijn kan niet worden verlengd.


    17. Waarom kiest de wetgever voor daadwerkelijke kennis?
    Om slachtoffers te beschermen bij latente schadegevallen, zoals medische fouten of milieuschade, waar de gevolgen pas jaren later zichtbaar worden. De wetgever wou vermijden dat de verjaring begint te lopen vóór het slachtoffer redelijkerwijs kan handelen.


    18. Samengevat:

    • Kennisvereisten: schade + identiteit dader (cumulatief)

    • Type kennis: daadwerkelijke, niet vermoedelijke

    • Onderzoeksplicht: beperkt, maar reëel

    • Bewijs: geleverd door partij die zich op verjaring beroept

    • Relatieve termijn: 5 jaar vanaf kennis

    • Absolute termijn: 20 jaar vanaf het feit

    De leer van de daadwerkelijke kennis brengt een evenwicht tussen bescherming van het slachtoffer en rechtszekerheid. Ze verankert het idee dat de verjaring pas begint te lopen wanneer de vordering ook daadwerkelijk kan worden ingesteld.

  • Lijst externe links:
    • Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
    • Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html

Je hebt geen toegang tot de volledige inhoud van deze bijdrage.

Een deel van de inhoud van deze pagina is voorbehouden aan onze leden. Naargelang de bijdrage gaat het onder meer om verdere juridische analyse en commentaar, toepasselijke regelgeving en rechtspraak, concrete toepassingen, praktische aandachtspunten, modellen, referenties, bronnen en verdiepende juridische informatie.

Je kan deze pagina ook via een eenmalige toegang raadplegen zonder lid te worden door hier te klikken. Voor een beperkte meerprijs heb je reeds gedurende één maand toegang tot de volledige juridische databank.

 

Ontdek onze abonnementen

 

Ben je al lid, log in

 

Volgende inhoud op deze pagina is enkel beschikbaar voor leden:

 
  • Wetgeving
  • Soort link
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Rechtsleer
  • Volledige tekst
Vrije inhoud

FAQ – Aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn (artikel 2262bis, §1, tweede lid BW)

1. Wanneer begint de vijfjarige verjaringstermijn te lopen?
De termijn begint pas te lopen wanneer het slachtoffer daadwerkelijk kennis heeft van twee elementen:

  1. de schade (of de verzwaring ervan), en

  2. de identiteit van de aansprakelijke persoon.
    Beide kennisvereisten moeten cumulatief vervuld zijn.


2. Wat betekent “daadwerkelijke kennis”?
Het Hof van Cassatie heeft in zijn arrest van 26 april 2012 bepaald dat enkel effectieve, feitelijke kennis van de schade en van de dader de verjaring doet beginnen. Het volstaat dus niet dat het slachtoffer had kunnen of moeten weten wie aansprakelijk is of dat er schade was.


3. Is kennis van het oorzakelijk verband tussen fout en schade vereist?
Hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk vermeldt, wordt in de rechtsleer aanvaard dat het slachtoffer een minimale zekerheid moet hebben over het causaal verband tussen de fout en de schade. Zonder dat verband heeft de kennis van de identiteit van de dader immers geen betekenis.


4. Wat is het verschil tussen “daadwerkelijke” en “normatieve” kennis?

  • Daadwerkelijke kennis: de benadeelde weet het echt.

  • Normatieve kennis: de benadeelde had het moeten weten volgens de maatstaf van een normaal zorgvuldig persoon.
    Sinds Cass. 26 april 2012 geldt enkel de daadwerkelijke kennis als vertrekpunt.


5. Heeft het slachtoffer een onderzoeksplicht?
Ja, maar in beperkte mate. Wie opzettelijk niets onderneemt om de oorzaak of de dader van de schade te achterhalen, kan zich niet beroepen op onwetendheid. De rechter maakt een onderscheid tussen echte onwetendheid en laksheid of nalatigheid.


6. Wat als het slachtoffer de verkeerde persoon dagvaardt?
Wanneer de benadeelde zich vergist en de verkeerde persoon aanspreekt, begint de verjaring tegen de werkelijke dader pas te lopen vanaf het moment waarop het slachtoffer kennis krijgt van diens identiteit.


7. Kan de verjaring verschillend beginnen te lopen voor verschillende daders?
Ja. Indien meerdere personen aansprakelijk zijn, kan de verjaring voor elk van hen afzonderlijk aanvangen, afhankelijk van het moment waarop het slachtoffer hun identiteit leert kennen.


8. Wat houdt kennis van de schade in?
Kennis van de schade betekent dat het slachtoffer weet dat er schade is, niet dat de omvang ervan volledig vaststaat. Het Hof van Cassatie besliste in 2010 dat ook kennis van schade waarvan de grootte nog niet bekend is, volstaat om de termijn te doen lopen.


9. En wat bij verergering van de schade?
Wanneer de schade later verergert, begint voor de aanvullende schade een nieuwe vijfjarige termijn te lopen, te rekenen vanaf de kennis van die verzwaring.


10. Hoe zit het met voortdurende schade, zoals milieuvervuiling?
Bij voortdurende of geleidelijke schadegevallen (bv. blootstelling aan schadelijke stoffen) is de rechtspraak verdeeld:

  • volgens sommigen begint de verjaring dagelijks te lopen naarmate de schade zich voordoet;

  • anderen menen dat de termijn pas begint na beëindiging van het schadeverwekkend gedrag.


11. Moet het slachtoffer weten dat hij een juridische vordering heeft?
Neen. Het volstaat dat het slachtoffer de feitelijke omstandigheden kent die de basis kunnen vormen voor een aanspraak. De kennis van het bestaan van een juridische rechtsvordering is niet vereist.


12. Wie moet het bewijs leveren van de kennis?
De partij die zich op verjaring beroept moet bewijzen dat de benadeelde meer dan vijf jaar vóór het instellen van de vordering kennis had van de schade en van de dader. De rechter beoordeelt dit aan de hand van de feiten, documenten en gedragingen van partijen.


13. Wat als het slachtoffer beweert dat hij niets wist?
Een loutere verklaring van onwetendheid volstaat niet. De rechter moet objectieve aanwijzingen beoordelen en mag kennis afleiden uit omstandigheden zoals medische rapporten, correspondentie of eerdere klachten.


14. Bestaat er een verschil tussen effectieve onwetendheid en laksheid?
Ja. Enkel daadwerkelijke onwetendheid stelt de verjaring uit. Wie omwille van onverschilligheid, nalatigheid of onwil geen onderzoek doet, wordt geacht kennis te hebben gehad.


15. Wanneer begint de termijn voor de werkelijke schadeverwekker te lopen als er een vergissing was?
Pas vanaf het moment van daadwerkelijke kennis van zijn identiteit. De vergissing schorst dus de verjaring tegenover de juiste dader.


16. Wat is de verhouding met de absolute termijn van twintig jaar?
Zelfs als de benadeelde pas laat kennis krijgt van de schade of de dader, verjaart de vordering in elk geval twintig jaar na het schadeverwekkend feit. Die absolute termijn kan niet worden verlengd.


17. Waarom kiest de wetgever voor daadwerkelijke kennis?
Om slachtoffers te beschermen bij latente schadegevallen, zoals medische fouten of milieuschade, waar de gevolgen pas jaren later zichtbaar worden. De wetgever wou vermijden dat de verjaring begint te lopen vóór het slachtoffer redelijkerwijs kan handelen.


18. Samengevat:

  • Kennisvereisten: schade + identiteit dader (cumulatief)

  • Type kennis: daadwerkelijke, niet vermoedelijke

  • Onderzoeksplicht: beperkt, maar reëel

  • Bewijs: geleverd door partij die zich op verjaring beroept

  • Relatieve termijn: 5 jaar vanaf kennis

  • Absolute termijn: 20 jaar vanaf het feit

De leer van de daadwerkelijke kennis brengt een evenwicht tussen bescherming van het slachtoffer en rechtszekerheid. Ze verankert het idee dat de verjaring pas begint te lopen wanneer de vordering ook daadwerkelijk kan worden ingesteld.

Franse term prescription

Kernwoorden

  • verjaring [FC 89]
  • aanvang van de verjaring
  • termijnen in het recht
  • 2262bis BW
  • recht en tijd
  • termijn
  • verjaard
  • afstand van verjaring
  • afstand van verjaring door proceshouding
  • belang verjaring
  • aanslepende onderhandelingen en verjaring
  • advocaat en verjaring
  • 30 jarige verjaring
  • afstand bomen verjaring
  • afstand verjaring door onderhandeling
  • 20 jarige verjaring
  • afstand verjaring
  • aangetekende brief stuit verjaring niet
  • verjaring [FC 25439]
  • aanvaarding en verwerping nalatenschapngspunt verjaring architect
  • verbod ambtshalve verjaring
  • ambtshalve verjaring
  • aanvang termijn verjaring erdienstbaarheid
  • beginpunt verjaring
  • aanvangspunt vijfjarige verjaring
Lijst externe links
  • Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
  • Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html

Stel uw vraag aan een advocaat

Meer dan een samenvatting

De volledige bijdrage bevat de nuances die in de praktijk tellen: voorwaarden, uitzonderingen, argumenten, toepassingen en aandachtspunten.

Bij rechtspraak, rechtsleer en wetgeving krijgt u bovendien de nuttige referenties en vindplaatsen voor verdere controle, bronvermelding en gebruik in uw dossier.

Volledige bijdrage raadplegen

Populair in juridische bijdragen

  • Second opinion bij verkeersgeschillen
    30.sep
  • Nieuwe deontologische regels over belangenconflicten bij advocaten
    30.sep
  • Verpleegkundig consult bij palliatieve zorg: wat betekent dit voor patiënt en familie?
    30.sep
  • Adressen van buitenlandse zaken en consulaten in België
    30.sep
  • Nieuw financieringsmodel voor de thuisverpleging: pilootproject vanaf 1 juni 2026
    30.sep

LINKS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Doorzoek elfri.be

Onmiddellijke toegang nodig?

Kies tussen onmiddellijke toegang, een volledig abonnement van één maand of een alternatieve abonnementsformule.

Koop onmiddelijke toegang

Neem 1 maand volledige toegang

Bekijk andere formules

Logo Elfri recolored

De meest gebruikte kernwoorden in elfri.be

  • onvermogen
  • collectieve schuldenregeling
  • WCO
  • insolventierecht
  • onvermogenden
  • wet continuïteit ondernemingen
  • Insolventie
  • faillissementenrecht
  • faillissement
  • rechten onvermogenden

RECHTS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Inhoud en format © Elfri De Neve 1984-2026. All rights reserved - alle rechten voorbehouden. Website onwikkeling en design arc3c.