Elfri.be – juridische kennisbank met rechtspraak, commentaar, modellen en praktische tips

Voor juristen, advocaten, ondernemingen en rechtszoekenden

Elfri.be
  • Home
  • Categorieën
    • Juridsiche bijdragen
    • Rechtspraak
    • Rechtsleer
    • Wetgeving
    • Modellen
    • Nuttige adressen
    • Nuttige linken
    • Publicaties
    • Veelgestelde Vragen
  • zoeken
  • Kantoor
    • Typo
  • Contact
    • Stel uw vraag aan een advocaat
    • Stel een vraag over de website
  • Kernwoorden
  • Abonnement
    • Abonnement op website nemen
    • Onmiddelijke toegang
    • Abonnement verlengen
    • Abonnement aanpassen
    • Historiek
    • Abonnement beheren of annuleren
  • Webshop
    • Lijst van beschikbare modellen
    • Winkelwagen
  • Mijn account
    • Inloggen
    • Paswoord vergeten
    • Mijn profiel
    • Mijn profiel aanpassen
    • UItloggen
    • Gebruikersnaam vergeten
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Startpagina
  3. Categorieën
  4. Juridsiche bijdragen
  5. Stuiting van de verjaring door dagvaarding
Vorig artikel: Artikel 2277ter BW: verjaring van rechtsvorderingen inzake milieuschade Vorige Volgende artikel: Het bevel tot betaling als daad van stuiting van de verjaring Volgende
Details
Categorie: Artikel
Redactieteam-elfri.be By Redactieteam-elfri.be
Redactieteam-elfri.be
Laatst bijgewerkt: 30 september 2026
Hits: 4

Stuiting van de verjaring door dagvaarding

Ver verjaring wordt burgerlijke gestuit stuiting door het instelling van een eis in rechte waarmee de aanspraak geldend wordt gemaakt.

Niet zozeer de "dagvaarding" maar het daadwerkelijk instellen van de rechtsvordering onderbreekt de verjaring: een proceduredaad waarmee de schuldeiser zijn recht effectief geldend maakt, heeft stuitende werking.

Wat wél stuit

Het begrip “dagvaarding” moet ruim worden opgevat. Stuitende kracht wordt toegekend aan o.m.: de dagvaarding sensu stricto, het verzoekschrift dat de vordering inleidt, het hoger beroep, het cassatieberoep, het beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State, de vrijwillige verschijning voor de rechter (vanaf de effectieve verschijning), de klacht met burgerlijke partijstelling, de burgerlijke partijstelling voor de strafrechter, de aangifte van schuldvordering in het faillissement, het neerleggen van een titel in een gerechtelijke reorganisatie, de aangifte van schuld bij de schuldbemiddelaar in een collectieve schuldenregeling, de mededeling van een arbitraal verzoek (of een procedure tot uitvoerbaarverklaring van een arbitrale uitspraak), het neerleggen van conclusies voor de erin opgenomen vorderingen, een formele brief aan de notaris-vereffenaar in een gerechtelijke vereffening-verdeling, en zelfs de dagvaarding voor een onbevoegde rechter.

Wat níet stuit

Geen stuitende werking gaat uit van: de oproeping in verzoening, de kortgedingdagvaarding die enkel bewarende of onderzoeksmaatregelen beoogt, een verzoek aan een emergency arbitrator, een louter verzoek tot vaststelling van wettelijke compensatie (puur verweer), een aanvraag tot gerechtelijke bijstand, en de verklaring van benadeelde persoon in de zin van art. 5 V.T.Sv.

Vormvereisten en nietigheden

De inleiding moet gebeuren in de wettelijk voorziene vormen. Sinds 13 augustus 2012 ontneemt een (louter) vormnietigheid de stuitende werking niet meer: ook een nietige dagvaarding stuit voor de erin opgenomen vorderingen.

Aanvang van de stuiting

Bij deurwaardersexploot begint de stuiting bij betekening aan de tegenpartij, op voorwaarde dat de zaak uiterlijk de dag vóór de inleidingszitting op de algemene rol wordt ingeschreven. Zonder inschrijving is er geen aanhangigheid en dus geen stuiting. Voor verzoekschriften en conclusies geldt als aanvang het neerleggingsmoment ter griffie.

Omvang naar het verleden (welke aanspraken profiteren?)

Stuiting wist de reeds verlopen termijn uit, maar uitsluitend voor de aanspraak die met de ingestelde eis wordt geldend gemaakt. De begrenzing gebeurt door voorwerp en oorzaak van de eis. Andere vorderingen profiteren niet, tenzij hun voorwerp “virtueel begrepen” was in dat van de oorspronkelijke eis. Zo stuit: een eis tot betaling van het kapitaal ook de interesten (en omgekeerd), en een vordering m.b.t. een deel van de schuld de gehele schuld. Of een nieuwe eis op dezelfde oorzaak virtueel begrepen is, vergt een concreet onderzoek naar (i) de potentiële draagwijdte van het oorspronkelijke voorwerp en (ii) de door de eiser behouden speelruimte binnen de aangevoerde oorzaak.

Relativiteit en wettige uitzonderingen

Stuiting werkt in beginsel enkel tussen de bij de eis betrokken partijen en niet voor andere voorwerpen/oorzaken. Uitzonderingen: ingebrekestelling of erkenning door één hoofdelijke schuldenaar stuit t.a.v. alle hoofdelijke schuldenaren en hun erfgenamen; stuiting tegen de hoofdschuldenaar geldt ook jegens de borg. De aangifte in faillissement stuit ook de interesten, zowel tegenover hoofdschuldenaar als borg.

Duur en einde van de stuiting (toekomst)

Een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen om middernacht na het ophouden van de stuiting. De stuiting door het instellen van een eis duurt in principe het hele geding en eindigt pas bij de definitieve beslissing. Er is geen “verjaring van het geding” door loutere stilstand op de rol, en een ambtshalve weglating van de rol tast de stuiting niet aan. Een vonnis van onbevoegdheid stuit; bij doorverwijzing binnen de rechterlijke orde blijft de stuiting doorlopen. Kan niet worden doorverwezen (bv. naar een andere rechtsmacht), dan begint de nieuwe termijn te lopen daags na het vonnis. Wordt de vordering afgewezen, dan geldt de dagvaarding als onbestaande en heeft er geen stuiting plaatsgevonden (de rechter moet wel de draagwijdte van de afwijzing toetsen). Stuiting door aangifte van schuldvordering in faillissement eindigt pas bij intrekking of beëindiging van het faillissement.

Na een toewijzend vonnis/arrest

Wanneer de eis wordt toegewezen, “noverneert” de betwiste aanspraak tot een titel: voortaan verjaart de aanspraak samen met het vonnis/arrest (actio iudicati). De termijn bedraagt tien jaar (suppletief regime). Accessoria van de oorspronkelijke aanspraak, zoals zekerheden, blijven behouden.

"C’est moins la citation que l’action qui interrompt la prescription"
  • Franse term: prescription
  • Vrije inhoud:

    FAQ – Aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn (artikel 2262bis, §1, tweede lid BW)

    1. Wanneer begint de vijfjarige verjaringstermijn te lopen?
    De termijn begint pas te lopen wanneer het slachtoffer daadwerkelijk kennis heeft van twee elementen:

    1. de schade (of de verzwaring ervan), en

    2. de identiteit van de aansprakelijke persoon.
      Beide kennisvereisten moeten cumulatief vervuld zijn.


    2. Wat betekent “daadwerkelijke kennis”?
    Het Hof van Cassatie heeft in zijn arrest van 26 april 2012 bepaald dat enkel effectieve, feitelijke kennis van de schade en van de dader de verjaring doet beginnen. Het volstaat dus niet dat het slachtoffer had kunnen of moeten weten wie aansprakelijk is of dat er schade was.


    3. Is kennis van het oorzakelijk verband tussen fout en schade vereist?
    Hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk vermeldt, wordt in de rechtsleer aanvaard dat het slachtoffer een minimale zekerheid moet hebben over het causaal verband tussen de fout en de schade. Zonder dat verband heeft de kennis van de identiteit van de dader immers geen betekenis.


    4. Wat is het verschil tussen “daadwerkelijke” en “normatieve” kennis?

    • Daadwerkelijke kennis: de benadeelde weet het echt.

    • Normatieve kennis: de benadeelde had het moeten weten volgens de maatstaf van een normaal zorgvuldig persoon.
      Sinds Cass. 26 april 2012 geldt enkel de daadwerkelijke kennis als vertrekpunt.


    5. Heeft het slachtoffer een onderzoeksplicht?
    Ja, maar in beperkte mate. Wie opzettelijk niets onderneemt om de oorzaak of de dader van de schade te achterhalen, kan zich niet beroepen op onwetendheid. De rechter maakt een onderscheid tussen echte onwetendheid en laksheid of nalatigheid.


    6. Wat als het slachtoffer de verkeerde persoon dagvaardt?
    Wanneer de benadeelde zich vergist en de verkeerde persoon aanspreekt, begint de verjaring tegen de werkelijke dader pas te lopen vanaf het moment waarop het slachtoffer kennis krijgt van diens identiteit.


    7. Kan de verjaring verschillend beginnen te lopen voor verschillende daders?
    Ja. Indien meerdere personen aansprakelijk zijn, kan de verjaring voor elk van hen afzonderlijk aanvangen, afhankelijk van het moment waarop het slachtoffer hun identiteit leert kennen.


    8. Wat houdt kennis van de schade in?
    Kennis van de schade betekent dat het slachtoffer weet dat er schade is, niet dat de omvang ervan volledig vaststaat. Het Hof van Cassatie besliste in 2010 dat ook kennis van schade waarvan de grootte nog niet bekend is, volstaat om de termijn te doen lopen.


    9. En wat bij verergering van de schade?
    Wanneer de schade later verergert, begint voor de aanvullende schade een nieuwe vijfjarige termijn te lopen, te rekenen vanaf de kennis van die verzwaring.


    10. Hoe zit het met voortdurende schade, zoals milieuvervuiling?
    Bij voortdurende of geleidelijke schadegevallen (bv. blootstelling aan schadelijke stoffen) is de rechtspraak verdeeld:

    • volgens sommigen begint de verjaring dagelijks te lopen naarmate de schade zich voordoet;

    • anderen menen dat de termijn pas begint na beëindiging van het schadeverwekkend gedrag.


    11. Moet het slachtoffer weten dat hij een juridische vordering heeft?
    Neen. Het volstaat dat het slachtoffer de feitelijke omstandigheden kent die de basis kunnen vormen voor een aanspraak. De kennis van het bestaan van een juridische rechtsvordering is niet vereist.


    12. Wie moet het bewijs leveren van de kennis?
    De partij die zich op verjaring beroept moet bewijzen dat de benadeelde meer dan vijf jaar vóór het instellen van de vordering kennis had van de schade en van de dader. De rechter beoordeelt dit aan de hand van de feiten, documenten en gedragingen van partijen.


    13. Wat als het slachtoffer beweert dat hij niets wist?
    Een loutere verklaring van onwetendheid volstaat niet. De rechter moet objectieve aanwijzingen beoordelen en mag kennis afleiden uit omstandigheden zoals medische rapporten, correspondentie of eerdere klachten.


    14. Bestaat er een verschil tussen effectieve onwetendheid en laksheid?
    Ja. Enkel daadwerkelijke onwetendheid stelt de verjaring uit. Wie omwille van onverschilligheid, nalatigheid of onwil geen onderzoek doet, wordt geacht kennis te hebben gehad.


    15. Wanneer begint de termijn voor de werkelijke schadeverwekker te lopen als er een vergissing was?
    Pas vanaf het moment van daadwerkelijke kennis van zijn identiteit. De vergissing schorst dus de verjaring tegenover de juiste dader.


    16. Wat is de verhouding met de absolute termijn van twintig jaar?
    Zelfs als de benadeelde pas laat kennis krijgt van de schade of de dader, verjaart de vordering in elk geval twintig jaar na het schadeverwekkend feit. Die absolute termijn kan niet worden verlengd.


    17. Waarom kiest de wetgever voor daadwerkelijke kennis?
    Om slachtoffers te beschermen bij latente schadegevallen, zoals medische fouten of milieuschade, waar de gevolgen pas jaren later zichtbaar worden. De wetgever wou vermijden dat de verjaring begint te lopen vóór het slachtoffer redelijkerwijs kan handelen.


    18. Samengevat:

    • Kennisvereisten: schade + identiteit dader (cumulatief)

    • Type kennis: daadwerkelijke, niet vermoedelijke

    • Onderzoeksplicht: beperkt, maar reëel

    • Bewijs: geleverd door partij die zich op verjaring beroept

    • Relatieve termijn: 5 jaar vanaf kennis

    • Absolute termijn: 20 jaar vanaf het feit

    De leer van de daadwerkelijke kennis brengt een evenwicht tussen bescherming van het slachtoffer en rechtszekerheid. Ze verankert het idee dat de verjaring pas begint te lopen wanneer de vordering ook daadwerkelijk kan worden ingesteld.

  • Lijst externe links:
    • Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
    • Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html

Je hebt geen toegang tot de volledige inhoud van deze bijdrage.

Een deel van de inhoud van deze pagina is voorbehouden aan onze leden. Naargelang de bijdrage gaat het onder meer om verdere juridische analyse en commentaar, toepasselijke regelgeving en rechtspraak, concrete toepassingen, praktische aandachtspunten, modellen, referenties, bronnen en verdiepende juridische informatie.

Je kan deze pagina ook via een eenmalige toegang raadplegen zonder lid te worden door hier te klikken. Voor een beperkte meerprijs heb je reeds gedurende één maand toegang tot de volledige juridische databank.

 

Ontdek onze abonnementen

 

Ben je al lid, log in

 

Volgende inhoud op deze pagina is enkel beschikbaar voor leden:

 
  • Wetgeving
  • Soort link
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Rechtsleer
  • Rechtspraak
  • Volledige tekst
Vrije inhoud

FAQ – Aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn (artikel 2262bis, §1, tweede lid BW)

1. Wanneer begint de vijfjarige verjaringstermijn te lopen?
De termijn begint pas te lopen wanneer het slachtoffer daadwerkelijk kennis heeft van twee elementen:

  1. de schade (of de verzwaring ervan), en

  2. de identiteit van de aansprakelijke persoon.
    Beide kennisvereisten moeten cumulatief vervuld zijn.


2. Wat betekent “daadwerkelijke kennis”?
Het Hof van Cassatie heeft in zijn arrest van 26 april 2012 bepaald dat enkel effectieve, feitelijke kennis van de schade en van de dader de verjaring doet beginnen. Het volstaat dus niet dat het slachtoffer had kunnen of moeten weten wie aansprakelijk is of dat er schade was.


3. Is kennis van het oorzakelijk verband tussen fout en schade vereist?
Hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk vermeldt, wordt in de rechtsleer aanvaard dat het slachtoffer een minimale zekerheid moet hebben over het causaal verband tussen de fout en de schade. Zonder dat verband heeft de kennis van de identiteit van de dader immers geen betekenis.


4. Wat is het verschil tussen “daadwerkelijke” en “normatieve” kennis?

  • Daadwerkelijke kennis: de benadeelde weet het echt.

  • Normatieve kennis: de benadeelde had het moeten weten volgens de maatstaf van een normaal zorgvuldig persoon.
    Sinds Cass. 26 april 2012 geldt enkel de daadwerkelijke kennis als vertrekpunt.


5. Heeft het slachtoffer een onderzoeksplicht?
Ja, maar in beperkte mate. Wie opzettelijk niets onderneemt om de oorzaak of de dader van de schade te achterhalen, kan zich niet beroepen op onwetendheid. De rechter maakt een onderscheid tussen echte onwetendheid en laksheid of nalatigheid.


6. Wat als het slachtoffer de verkeerde persoon dagvaardt?
Wanneer de benadeelde zich vergist en de verkeerde persoon aanspreekt, begint de verjaring tegen de werkelijke dader pas te lopen vanaf het moment waarop het slachtoffer kennis krijgt van diens identiteit.


7. Kan de verjaring verschillend beginnen te lopen voor verschillende daders?
Ja. Indien meerdere personen aansprakelijk zijn, kan de verjaring voor elk van hen afzonderlijk aanvangen, afhankelijk van het moment waarop het slachtoffer hun identiteit leert kennen.


8. Wat houdt kennis van de schade in?
Kennis van de schade betekent dat het slachtoffer weet dat er schade is, niet dat de omvang ervan volledig vaststaat. Het Hof van Cassatie besliste in 2010 dat ook kennis van schade waarvan de grootte nog niet bekend is, volstaat om de termijn te doen lopen.


9. En wat bij verergering van de schade?
Wanneer de schade later verergert, begint voor de aanvullende schade een nieuwe vijfjarige termijn te lopen, te rekenen vanaf de kennis van die verzwaring.


10. Hoe zit het met voortdurende schade, zoals milieuvervuiling?
Bij voortdurende of geleidelijke schadegevallen (bv. blootstelling aan schadelijke stoffen) is de rechtspraak verdeeld:

  • volgens sommigen begint de verjaring dagelijks te lopen naarmate de schade zich voordoet;

  • anderen menen dat de termijn pas begint na beëindiging van het schadeverwekkend gedrag.


11. Moet het slachtoffer weten dat hij een juridische vordering heeft?
Neen. Het volstaat dat het slachtoffer de feitelijke omstandigheden kent die de basis kunnen vormen voor een aanspraak. De kennis van het bestaan van een juridische rechtsvordering is niet vereist.


12. Wie moet het bewijs leveren van de kennis?
De partij die zich op verjaring beroept moet bewijzen dat de benadeelde meer dan vijf jaar vóór het instellen van de vordering kennis had van de schade en van de dader. De rechter beoordeelt dit aan de hand van de feiten, documenten en gedragingen van partijen.


13. Wat als het slachtoffer beweert dat hij niets wist?
Een loutere verklaring van onwetendheid volstaat niet. De rechter moet objectieve aanwijzingen beoordelen en mag kennis afleiden uit omstandigheden zoals medische rapporten, correspondentie of eerdere klachten.


14. Bestaat er een verschil tussen effectieve onwetendheid en laksheid?
Ja. Enkel daadwerkelijke onwetendheid stelt de verjaring uit. Wie omwille van onverschilligheid, nalatigheid of onwil geen onderzoek doet, wordt geacht kennis te hebben gehad.


15. Wanneer begint de termijn voor de werkelijke schadeverwekker te lopen als er een vergissing was?
Pas vanaf het moment van daadwerkelijke kennis van zijn identiteit. De vergissing schorst dus de verjaring tegenover de juiste dader.


16. Wat is de verhouding met de absolute termijn van twintig jaar?
Zelfs als de benadeelde pas laat kennis krijgt van de schade of de dader, verjaart de vordering in elk geval twintig jaar na het schadeverwekkend feit. Die absolute termijn kan niet worden verlengd.


17. Waarom kiest de wetgever voor daadwerkelijke kennis?
Om slachtoffers te beschermen bij latente schadegevallen, zoals medische fouten of milieuschade, waar de gevolgen pas jaren later zichtbaar worden. De wetgever wou vermijden dat de verjaring begint te lopen vóór het slachtoffer redelijkerwijs kan handelen.


18. Samengevat:

  • Kennisvereisten: schade + identiteit dader (cumulatief)

  • Type kennis: daadwerkelijke, niet vermoedelijke

  • Onderzoeksplicht: beperkt, maar reëel

  • Bewijs: geleverd door partij die zich op verjaring beroept

  • Relatieve termijn: 5 jaar vanaf kennis

  • Absolute termijn: 20 jaar vanaf het feit

De leer van de daadwerkelijke kennis brengt een evenwicht tussen bescherming van het slachtoffer en rechtszekerheid. Ze verankert het idee dat de verjaring pas begint te lopen wanneer de vordering ook daadwerkelijk kan worden ingesteld.

Franse term prescription

Kernwoorden

  • verjaring [FC 89]
  • aanvang van de verjaring
  • termijnen in het recht
  • 2262bis BW
  • recht en tijd
  • termijn
  • verjaard
  • afstand van verjaring
  • afstand van verjaring door proceshouding
  • belang verjaring
  • aanslepende onderhandelingen en verjaring
  • advocaat en verjaring
  • 30 jarige verjaring
  • afstand bomen verjaring
  • afstand verjaring door onderhandeling
  • 20 jarige verjaring
  • afstand verjaring
  • aangetekende brief stuit verjaring niet
  • verjaring [FC 25439]
  • aanvaarding en verwerping nalatenschapngspunt verjaring architect
  • verbod ambtshalve verjaring
  • ambtshalve verjaring
  • aanvang termijn verjaring erdienstbaarheid
  • beginpunt verjaring
  • aanvangspunt vijfjarige verjaring
Lijst externe links
  • Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
  • Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html

Stel uw vraag aan een advocaat

Meer dan een samenvatting

De volledige bijdrage bevat de nuances die in de praktijk tellen: voorwaarden, uitzonderingen, argumenten, toepassingen en aandachtspunten.

Bij rechtspraak, rechtsleer en wetgeving krijgt u bovendien de nuttige referenties en vindplaatsen voor verdere controle, bronvermelding en gebruik in uw dossier.

Volledige bijdrage raadplegen

Populair in juridische bijdragen

  • Second opinion bij verkeersgeschillen
    30.sep
  • Nieuwe deontologische regels over belangenconflicten bij advocaten
    30.sep
  • Verpleegkundig consult bij palliatieve zorg: wat betekent dit voor patiënt en familie?
    30.sep
  • Adressen van buitenlandse zaken en consulaten in België
    30.sep
  • Nieuw financieringsmodel voor de thuisverpleging: pilootproject vanaf 1 juni 2026
    30.sep

LINKS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Doorzoek elfri.be

Onmiddellijke toegang nodig?

Kies tussen onmiddellijke toegang, een volledig abonnement van één maand of een alternatieve abonnementsformule.

Koop onmiddelijke toegang

Neem 1 maand volledige toegang

Bekijk andere formules

Logo Elfri recolored

De meest gebruikte kernwoorden in elfri.be

  • onvermogen
  • collectieve schuldenregeling
  • WCO
  • insolventierecht
  • onvermogenden
  • wet continuïteit ondernemingen
  • Insolventie
  • faillissementenrecht
  • faillissement
  • rechten onvermogenden

RECHTS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Inhoud en format © Elfri De Neve 1984-2026. All rights reserved - alle rechten voorbehouden. Website onwikkeling en design arc3c.