Ver verjaring wordt burgerlijke gestuit stuiting door het instelling van een eis in rechte waarmee de aanspraak geldend wordt gemaakt.
Niet zozeer de "dagvaarding" maar het daadwerkelijk instellen van de rechtsvordering onderbreekt de verjaring: een proceduredaad waarmee de schuldeiser zijn recht effectief geldend maakt, heeft stuitende werking.
Wat wél stuit
Het begrip “dagvaarding” moet ruim worden opgevat. Stuitende kracht wordt toegekend aan o.m.: de dagvaarding sensu stricto, het verzoekschrift dat de vordering inleidt, het hoger beroep, het cassatieberoep, het beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State, de vrijwillige verschijning voor de rechter (vanaf de effectieve verschijning), de klacht met burgerlijke partijstelling, de burgerlijke partijstelling voor de strafrechter, de aangifte van schuldvordering in het faillissement, het neerleggen van een titel in een gerechtelijke reorganisatie, de aangifte van schuld bij de schuldbemiddelaar in een collectieve schuldenregeling, de mededeling van een arbitraal verzoek (of een procedure tot uitvoerbaarverklaring van een arbitrale uitspraak), het neerleggen van conclusies voor de erin opgenomen vorderingen, een formele brief aan de notaris-vereffenaar in een gerechtelijke vereffening-verdeling, en zelfs de dagvaarding voor een onbevoegde rechter.
Wat níet stuit
Geen stuitende werking gaat uit van: de oproeping in verzoening, de kortgedingdagvaarding die enkel bewarende of onderzoeksmaatregelen beoogt, een verzoek aan een emergency arbitrator, een louter verzoek tot vaststelling van wettelijke compensatie (puur verweer), een aanvraag tot gerechtelijke bijstand, en de verklaring van benadeelde persoon in de zin van art. 5 V.T.Sv.
Vormvereisten en nietigheden
De inleiding moet gebeuren in de wettelijk voorziene vormen. Sinds 13 augustus 2012 ontneemt een (louter) vormnietigheid de stuitende werking niet meer: ook een nietige dagvaarding stuit voor de erin opgenomen vorderingen.
Aanvang van de stuiting
Bij deurwaardersexploot begint de stuiting bij betekening aan de tegenpartij, op voorwaarde dat de zaak uiterlijk de dag vóór de inleidingszitting op de algemene rol wordt ingeschreven. Zonder inschrijving is er geen aanhangigheid en dus geen stuiting. Voor verzoekschriften en conclusies geldt als aanvang het neerleggingsmoment ter griffie.
Omvang naar het verleden (welke aanspraken profiteren?)
Stuiting wist de reeds verlopen termijn uit, maar uitsluitend voor de aanspraak die met de ingestelde eis wordt geldend gemaakt. De begrenzing gebeurt door voorwerp en oorzaak van de eis. Andere vorderingen profiteren niet, tenzij hun voorwerp “virtueel begrepen” was in dat van de oorspronkelijke eis. Zo stuit: een eis tot betaling van het kapitaal ook de interesten (en omgekeerd), en een vordering m.b.t. een deel van de schuld de gehele schuld. Of een nieuwe eis op dezelfde oorzaak virtueel begrepen is, vergt een concreet onderzoek naar (i) de potentiële draagwijdte van het oorspronkelijke voorwerp en (ii) de door de eiser behouden speelruimte binnen de aangevoerde oorzaak.
Relativiteit en wettige uitzonderingen
Stuiting werkt in beginsel enkel tussen de bij de eis betrokken partijen en niet voor andere voorwerpen/oorzaken. Uitzonderingen: ingebrekestelling of erkenning door één hoofdelijke schuldenaar stuit t.a.v. alle hoofdelijke schuldenaren en hun erfgenamen; stuiting tegen de hoofdschuldenaar geldt ook jegens de borg. De aangifte in faillissement stuit ook de interesten, zowel tegenover hoofdschuldenaar als borg.
Duur en einde van de stuiting (toekomst)
Een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen om middernacht na het ophouden van de stuiting. De stuiting door het instellen van een eis duurt in principe het hele geding en eindigt pas bij de definitieve beslissing. Er is geen “verjaring van het geding” door loutere stilstand op de rol, en een ambtshalve weglating van de rol tast de stuiting niet aan. Een vonnis van onbevoegdheid stuit; bij doorverwijzing binnen de rechterlijke orde blijft de stuiting doorlopen. Kan niet worden doorverwezen (bv. naar een andere rechtsmacht), dan begint de nieuwe termijn te lopen daags na het vonnis. Wordt de vordering afgewezen, dan geldt de dagvaarding als onbestaande en heeft er geen stuiting plaatsgevonden (de rechter moet wel de draagwijdte van de afwijzing toetsen). Stuiting door aangifte van schuldvordering in faillissement eindigt pas bij intrekking of beëindiging van het faillissement.
Na een toewijzend vonnis/arrest
Wanneer de eis wordt toegewezen, “noverneert” de betwiste aanspraak tot een titel: voortaan verjaart de aanspraak samen met het vonnis/arrest (actio iudicati). De termijn bedraagt tien jaar (suppletief regime). Accessoria van de oorspronkelijke aanspraak, zoals zekerheden, blijven behouden.
