- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Vordering tot onttrekking aan het beslag
Een vordering tot onttrekking (art. 1613 Gerechtelijk Wetboek) is een verdedigingsmiddel voor iemand die zegt dat een beslag gelegd is op een goed dat eigenlijk van hem is, en niet van de schuldenaar.
Met andere woorden:
iemand laat beslag leggen op een huis, maar dat huis is niet van de schuldenaar — het is van een derde.
Die derde kan dan vragen dat het goed wordt “onttrokken” aan het beslag.
Het is dus geen vordering tegen de schuld zelf, maar tegen het beslag als uitvoeringsmaatregel.
De vordering tot onttrekking kan zodra er een beslag op een goed is gelegd (bewarend of uitvoerend beslag), en de derde meent dat hij eigenaar of rechthebbende is op dat goed.
Typisch gaat het om:
• een onroerend goed (huis, appartement, grond) dat per vergissing of door betwiste eigendom onder beslag is gebracht;
• soms ook rechten (bijvoorbeeld een vruchtgebruik of een erfdienstbaarheid) die niet tot het vermogen van de schuldenaar behoren.
Belangrijk:
De derde moet bewijzen dat hij eigenaar is (of een ander recht heeft dat onverenigbaar is met het beslag).
Tegen wie moet de vordering ingesteld
De vordering om alle goederen of een gedeelte ervan aan het beslag te onttrekken wordt ingesteld tegen de beslagen partij, tegen de beslaglegger, tegen de eerst ingeschreven schuldeiser en, zo deze de vervolgende partij is, tegen de schuldeiser wiens inschrijving onmiddellijk volgt.
De wet zegt uitdrukkelijk dat de vordering bij exploot (dagvaarding) moet worden betekend aan de bij de inschrijving gekozen woonplaats van die schuldeisers.
Als één van deze partijen niet wordt betrokken, kan de rechter de vordering ontoelaatbaar verklaren (zoals in de besproken zaak).
Om te slagen moet de derde bewijzen dat het goed niet tot het vermogen van de schuldenaar behoort.
Dat kan door:
• eigendomsbewijzen (aankoopakte, notariële akte, facturen met betaling);
• kadastrale gegevens (voor onroerende goederen);
• getuigenverklaringen of feitelijke elementen (bijvoorbeeld als het om een goed in gebruik is);
• of andere documenten die zijn recht aantonen (vruchtgebruik, erfpacht, enz.).
Als de rechter overtuigd is dat het goed van de derde is, wordt het beslag opgeheven voor dat goed: het wordt dan letterlijk “onttrokken” aan het beslag.
Wat gebeurt er als de vordering slaagt?
• Het goed wordt vrijgegeven: het mag niet meer verkocht worden in het kader van dat beslag.
• De derde kan er opnieuw vrij over beschikken.
• De beslaglegger kan enkel nog proberen te bewijzen dat het eigendomsbewijs van de derde schijn is of bedrieglijk.
Wat gebeurt er als de vordering faalt of ontoelaatbaar is?
• Als de derde het niet kan bewijzen → de rechter wijst de vordering af → het beslag blijft gelden.
• Als de derde niet alle vereiste partijen oproept → de rechter verklaart de vordering ontoelaatbaar → de zaak wordt niet inhoudelijk behandeld.
• In dat geval kan de derde eventueel een nieuwe vordering instellen, deze keer met alle betrokken partijen.
Rechtsmiddelen
Geen verzet of hoger beroep; wél cassatieberoep mogelijk (volgens het recente arrest).
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
