- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Wat gebeurt er met de resterende gelden op de bemiddelingsrekening bij vroegtijdig einde of herroeping collectieve schuldenregeling
Het saldo op de bemiddelingsrekening bij het einde van de collectieve schuldenregeling
Bij het einde van een collectieve schuldenregeling blijkt in de praktijk vaak nog een tegoed aanwezig te zijn op de bemiddelingsrekening. Die rekening heeft een bijzonder juridisch statuut: het gaat om een wettelijk geregelde kwaliteitsrekening waarop gelden worden afgezonderd van het privévermogen van de schuldbemiddelaar en beschermd zijn tegen diens insolvabiliteit. Zodra de collectieve schuldenregeling eindigt, rijst onvermijdelijk de vraag wat er met dat saldo moet gebeuren. De wetgever heeft bepaald dát de rechter hierover moet beslissen, maar heeft bewust nagelaten vast te leggen hóe die beslissing concreet moet worden ingevuld. Dat heeft geleid tot uiteenlopende praktijken en een belangrijke rol voor de rechtspraak.
De rol van de schuldbemiddelingsrechter bij beëindiging
Wanneer de collectieve schuldenregeling voortijdig wordt beëindigd door herroeping of op verzoek van de schuldenaar, moet de schuldbemiddelingsrechter gelijktijdig uitspraak doen over zowel de verdeling als de bestemming van de bedragen die beschikbaar zijn op de bemiddelingsrekening. Met het einde van de procedure herleeft immers het beschikkingsrecht over de gelden. De rechter moet daarom duidelijk bepalen welk deel eventueel terugkeert naar de schuldenaar en welk deel toekomt aan de schuldeisers. Ook in andere, niet expliciet wettelijk geregelde beëindigingsgevallen, zoals overlijden van de schuldenaar, vervroegde uitvoering van de aanzuiveringsregeling of faillissement van de schuldenaar-ondernemer, komt deze beslissingsbevoegdheid toe aan de schuldbemiddelingsrechter.
Herroeping en het ontstaan van een nieuwe samenloop
Bij herroeping van de collectieve schuldenregeling wordt algemeen aanvaard dat een nieuwe samenloop ontstaat tussen alle schuldeisers van de schuldenaar. Vanaf dat ogenblik herleven de wettelijke en conventionele redenen van voorrang en kunnen schuldeisers opnieuw individueel hun rechten uitoefenen. Het saldo op de bemiddelingsrekening wordt dan beschouwd als een gemeenschappelijke waarborg, die in beginsel evenredig wordt verdeeld, met eerbiediging van eventuele voorrechten en zekerheden. Daarbij moeten niet alleen de schuldeisers die oorspronkelijk in de regeling waren opgenomen worden betrokken, maar ook schuldeisers wier schuldvordering pas nadien is ontstaan, vergeten schuldeisers en schuldeisers die eerder geen aangifte deden. Het onderscheid tussen boedelschulden en andere schulden verliest in dit stadium zijn betekenis.
De praktische uitwerking van de verdeling
Hoewel de evenredige verdeling met respect voor voorrechten het uitgangspunt vormt, blijkt de concrete uitvoering vaak complex. Het opmaken van een rangregeling vergt bijkomend onderzoek, onder meer via het Centraal Bestand van Berichten van Beslag. In de praktijk trachten schuldbemiddelaars soms aan deze opdracht te ontsnappen, mede omdat het vaak om beperkte bedragen gaat en hun mandaat in principe al beëindigd is. Sommige rechtbanken laten daarom toe dat het saldo wordt doorgestort naar de Deposito- en Consignatiekas of dat een gerechtsdeurwaarder wordt belast met de verdeling. Niettemin blijft de verdeling over de schuldeisers de meest toegepaste methode.
Vrijwillige beëindiging op verzoek van de schuldenaar
Wanneer de schuldenaar zelf verzoekt om de collectieve schuldenregeling te beëindigen, ontstaat een vergelijkbare onzekerheid. Ook hier schrijft de wet voor dat de rechter moet beslissen over het saldo, zonder de verdelingswijze vast te leggen. Sommige rechtbanken passen dezelfde principes toe als bij herroeping en kiezen voor een evenredige verdeling onder de schuldeisers. Andere oordelen dat het saldo, na aftrek van de kosten en erelonen van de schuldbemiddelaar, moet worden teruggestort aan de schuldenaar, gelet op het vrijwillige karakter van de beëindiging. De rechtspraak blijft op dit punt verdeeld.
Niet-wettelijk geregelde beëindigingsgevallen
Bij het overlijden van de schuldenaar wordt algemeen aangenomen dat de collectieve schuldenregeling automatisch eindigt. De procedure is immers persoonsgebonden. Het saldo op de bemiddelingsrekening wordt dan beschouwd als onderdeel van de nalatenschap. De rechter kan beslissen tot doorstorting naar de Deposito- en Consignatiekas, naar de notaris belast met de afwikkeling van de nalatenschap, of tot een evenredige verdeling onder de schuldeisers. Ook hier bestaan uiteenlopende gebruiken, ingegeven door een streven naar eenvoud of naar uniformiteit met andere beëindigingswijzen.
Wanneer de collectieve schuldenregeling eindigt door de correcte uitvoering van de aanzuiveringsregeling, bestaat er daarentegen weinig discussie. In dat geval bepaalt de bestemmingsclausule van de aanzuiveringsregeling wat met het saldo gebeurt. Ontbreekt een dergelijke clausule, dan wordt het saldo in beginsel aan de schuldenaar toegewezen, zodat deze met een echte nieuwe start kan beginnen. Het faillissement van de schuldenaar-ondernemer vormt een ander bijzonder geval, waarbij de faillissementsprocedure primeert en de collectieve schuldenregeling wordt beëindigd, waarna ook hier een beslissing over het saldo noodzakelijk is.
Aandachtspunten voor de schuldbemiddelaar
Voor de schuldbemiddelaar brengt het einde van de collectieve schuldenregeling belangrijke verantwoordelijkheden mee. Hij of zij moet strikt handelen binnen het kader van het beëindigingsvonnis en rekening houden met eventuele beschermde, niet voor beslag vatbare bedragen. Het is aangewezen te wachten tot het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan alvorens tot uitbetaling over te gaan, om persoonlijke aansprakelijkheid te vermijden. Een zorgvuldige raadpleging van het Centraal Bestand van Berichten van Beslag blijft essentieel om alle schuldeisers correct te betrekken.
Besluit
Het lot van het saldo op de bemiddelingsrekening bij het einde van een collectieve schuldenregeling blijft een complexe en gevoelige kwestie. De wetgever heeft bewust ruimte gelaten voor rechterlijke beoordeling, wat heeft geleid tot uiteenlopende praktijken. De rechtspraak van de hoogste rechtscolleges heeft wel belangrijke lijnen uitgezet, met name door het benadrukken van het ontstaan van een nieuwe samenloop en het respecteren van voorrechten bij een evenredige verdeling. Toch blijft de concrete invulling sterk afhankelijk van de beëindigingswijze en van de benadering van de bevoegde rechtbank. Dat spanningsveld verklaart waarom dit onderwerp blijvend aanleiding geeft tot debat en rechtsonzekerheid, ondanks het grote maatschappelijke belang van de collectieve schuldenregeling.
- Faillissement natuurlijke persoon schulden die niet kunnen kwijtgescholden
- Gevolgen van het faillissement voor echtgenoot en echtgenote
- Intrekking faillissement
- Faillissement en rehabilitatie
- Faillissement en beroepsverbod
- Faillissement en aansprakelijkheidsvorderingen
- Faillissement en terugvordering
- Verkoop van de onroerende goederen van de gefailleerde
- Gevolgen van het faillissement van de ene echtgenoot ten opzichte van de andere
- Kwijtschelding borg faillissement
- Kwijtschelding gefailleerde natuurlijke persoon
- Aangifte en verificatie van schuldvorderingen in het faillissement
- Gefailleerde moet gevolg geven aan oproepingen curator
- Faillissement brievenpost gefailleerde
- Faillissement goederen aan bederf onderheving
- Huisraad en levensonderhoud gefailleerde
- Voortzetting activiteit gefailleerde na faillissement met toestemming rechtbank
- Door faillissement stopt beslag
- Door faillissement stoppen interesten
- Door faillissement worden alle schulden opeisbaar
- Gevolgen van de faillietverklaring
- Inkomsten waarop curator in faillissement geen aanspraak kan maken
- Goederen waarop curator in faillissement geen aanspraak kan maken
- Faillissement hoger beroep en verzet
- Faillissement uitvoerbaar bij voorraad
- Aangifte faillissement en neer te leggen stukken
- Staking van betaling
- Aangifte faillissement
- Vonnis faillietverklaring
- Voorwaarden faillissement
- Doelstelling faillissement
- Boek XX insolventierecht wet 11 augustus 2017
- Gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag
- Gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord
- Gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord
- Gerechtelijke reorganisatie - Voortijdige beëindiging en sluiting van de procedure
- Gerechtelijke reorganisatie wijziging van het doel van de procedure
- Gerechtelijke reorganisatie verlenging opschorting
- Gerechtelijke reorganisatie en lopende overeenkomsten
- Gerechtelijke reorganisatie en schuldvergelijking
- Gerechtelijke reorganisatie komt echtgenote ten goede
- Gerechtelijke reorganisatie en rechtstreekse vordering onderaannemer
- Gerechtelijke reorganisatie en rechtstreekse vordering aannemer
- Vrijwillige betaling door schuldenaar tijdens gerechtelijke reorganisatie
- Gevolgen van het vonnis tot opening gerechtelijke reorganisatie
- Vonnis tot opening gerechtelijke reorganisatie
- Voorwaarden voor de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie
- Gerechtelijke reorganisatie beschermt tegen beslag
- Gerechtelijke reorganisatie beschermt tegen schuldeisers
- Gerechtelijke reorganisatie belet faillissement
- Gerechtelijke reorganisatie - gedelegeerde rechter
- Opstarten gerechtelijke reorganisatie
- Verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie
- Register van gerechtelijke reorganisatie
- Dossier van gerechtelijke reorganisatie
- Drie soorten gerechtelijke reorganisatie
- Doel gerechtelijke reorganisatie
- Buitengerechtelijk akkoord met schuldeisers van onderneming in moeilijkheden
- Ondernemingsbemiddelaar en minnelijk akkoord
- Voorlopige maatregelen kennelijk grove fout schuldenaar
- Voorlopige maatregelen ondernemingen in moeilijkheden
- Opsporing van ondernemingen in moeilijkheden
- Insolventiefunctionarissen
- Insolventierechtbank
- Insolventieregister
- Kennisgeving mededeling en neerlegging in het insolventierecht
- Onderzoeksmaatregelen in het insolveentierecht
- Rechten van derden in het insolventierecht
- Aanvang termijnen in het insolventierecht
- Procedureregels insolventierecht
- BOEK XX WER Insolventie van de ondernemingen
- Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de collectieve schuldenregeling betreft van 26 maart 2012
- Model verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling art 1675-4
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
