- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 7
Consumentenkrediet en niet-geleverde goederen: van artikel 19 WCK naar artikel VII.91 WER
Wanneer een consument een goed of dienst financiert met een consumentenkrediet, maar dat goed nooit wordt geleverd of de dienst nooit wordt uitgevoerd, rijst de vraag of hij het krediet toch moet terugbetalen.
Onder het vroegere artikel 19 WCK gold dat de verplichtingen van de consument tegenover de kredietgever pas uitwerking kregen vanaf de levering van het goed of de uitvoering van de dienst. Die regeling is vandaag overgenomen in artikel VII.91 WER. De bescherming blijft dus in essentie dezelfde.
Belangrijk is dat deze bescherming niet beperkt is tot de strikt omschreven gelieerde kredietovereenkomst. Het volstaat dat de kredietovereenkomst het gefinancierde goed of de gefinancierde dienst vermeldt, of dat het kredietbedrag rechtstreeks door de kredietgever aan de verkoper of dienstverlener wordt betaald. De rechter beoordeelt feitelijk of de vermelding in de kredietovereenkomst voldoende duidelijk is.
De consument verliest deze bescherming niet omdat hij het kredietbedrag zelf ontvangt en vervolgens onmiddellijk aan de verkoper betaalt. Ook wanneer de verkoopovereenkomst voorafbetaling vereist, blijven zijn verplichtingen tegenover de kredietgever opgeschort zolang het goed niet geleverd of de dienst niet uitgevoerd is.
De levering van het goed of de uitvoering van de dienst is geen loutere termijn, maar een opschortende voorwaarde. Het gaat immers om een toekomstige en onzekere gebeurtenis, afhankelijk van de verkoper of dienstverlener. Wanneer vaststaat dat de levering nooit zal plaatsvinden, hebben de betalingen die de consument intussen aan de kredietgever deed geen rechtsgrond meer.
De consument kan dan terugbetaling vragen op grond van onverschuldigde betaling. De kredietgever die wist dat de verplichtingen van de consument waren opgeschort, kan bovendien als te kwader trouw worden beschouwd. Kwade trouw vereist daarbij geen bedrog of opzettelijke fout; kennis van het onverschuldigde karakter van de betaling volstaat.
De terug te betalen bedragen brengen interesten op volgens het regime van geldschulden. Onder het nieuwe verbintenissenrecht sluit dit aan bij de regels inzake restitutie van geldsommen: interesten zijn verschuldigd vanaf het ogenblik waarop de ontvanger niet langer te goeder trouw is.
De overgang van artikel 19 WCK naar artikel VII.91 WER bevestigt dus de beschermingsgedachte: de consument moet geen krediet blijven terugbetalen wanneer het goed of de dienst waarvoor het krediet werd aangegaan nooit werd geleverd of uitgevoerd.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
