- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Kosteloos uitstel van betaling van een bestaande schuld en toepassing consumentenkredietrecht
Een verkoop op afbetaling of gekoppeld krediet valt onder de regels van het consumentenkrediet wanneer geen sprake is van een kosteloos uitstel van een reeds opeisbare schuld. De kredietgever moet de consument duidelijk informeren over zijn rechten, onder meer over het herroepingsrecht. Een loutere verwijzing naar algemene voorwaarden of een kleine kennisnameclausule volstaat niet zonder bewijs dat de consument die voorwaarden werkelijk kon kennen en aanvaarden. Bij schending kan de rechter de verplichtingen van de consument verminderen tot het ontleende bedrag of de contante prijs, zonder noodzakelijk de volledige overeenkomst nietig te verklaren.
Indien de kredietovereenkomst werd gesloten vóór de schuld opeisbaar was, kan de kredietgever zich niet verschuilen achter de uitzondering van kosteloos uitstel van een bestaande schuld.
De uitzondering uit oud artikel 3, § 1, 9° Wet Consumentenkrediet, thans artikel VII.3, § 2, 6° WER, moet strikt worden begrepen. Zij geldt enkel voor een regeling waarbij aan de consument kosteloos uitstel van betaling wordt verleend voor een schuld die op dat ogenblik al bestaat én reeds opeisbaar is geworden.
Met andere woorden: eerst moet er een opeisbare schuld zijn. Pas daarna kunnen partijen overeenkomen dat de betaling nog verder wordt uitgesteld, zonder dat daarvoor kosten, interesten of andere bijkomende lasten worden aangerekend. Alleen in die beperkte hypothese valt de regeling buiten het toepassingsgebied van de wetgeving inzake consumentenkrediet.
Wordt de betalingsspreiding daarentegen al overeengekomen vóór de schuld opeisbaar is, dan gaat het niet om een louter kosteloos uitstel van een bestaande opeisbare schuld, maar om een kredietregeling. Hetzelfde geldt wanneer voor het uitstel kosten of interesten worden aangerekend. In die gevallen blijft de overeenkomst onderworpen aan de regels van de Wet Consumentenkrediet, thans opgenomen in het Wetboek Economisch Recht.
Samenvatting van de casus
Een consument kocht zetels voor een bedrag van 4.890 euro. De aankoop werd gefinancierd via een kredietovereenkomst, terugbetaalbaar in maandelijkse termijnen.
De consument stelde dat zij naar de verkoopzaal werd gelokt met de mededeling dat zij een prijs had gewonnen. Volgens haar was de verkoop tot stand gekomen door een misleidende handelspraktijk. Zij vorderde de nietigheid van de koopovereenkomst en van de gekoppelde kredietovereenkomst.
De rechter aanvaardde niet dat de koopovereenkomst nietig was. De consument bracht onvoldoende bewijs bij van de beweerde lokverkoop of misleiding. Ook het feit dat zij pas meer dan een jaar later protesteerde, speelde tegen haar.
De rechter oordeelde wel dat de kredietovereenkomst onder de regels van het consumentenkrediet viel. Het ging niet om een louter kosteloos uitstel van een reeds opeisbare schuld.
De rechter stelde daarnaast vast dat de consument niet duidelijk was geïnformeerd over haar herroepingsrecht. De kredietgever kon zich niet redden met een verwijzing naar algemene voorwaarden, omdat niet bewezen was dat de consument die voorwaarden werkelijk had ontvangen en aanvaard.
Voor andere verwijten, zoals onvoldoende onderzoek naar de financiële toestand en kredietwaardigheid, volgde de rechter de consument niet. Volgens de rechter had de kredietgever voldoende informatie opgevraagd en de kredietcentrale geraadpleegd.
Uiteindelijk werd de kredietovereenkomst niet volledig nietig verklaard. De consument moest het resterende kapitaal betalen, maar mocht dat verder in maandelijkse termijnen doen. De vordering van de kredietgever tot ontbinding en onmiddellijke betaling van een hoger bedrag werd afgewezen.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
