- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Hoger beroep moet rekening houden met de nieuwe werkelijkheid - devolutieve werking beroep
De appelrechter bekijkt de zaak opnieuw in haar geheel
Wanneer tegen een vonnis hoger beroep wordt ingesteld, moet de rechter in hoger beroep de zaak opnieuw onderzoeken. Dat betekent niet alleen dat hij nagaat of de eerdere beslissing juist was op het ogenblik waarop zij werd genomen. Hij moet ook kijken naar wat er intussen is veranderd.
Het hoger beroep haalt de zaak weg bij de eerste rechter
Zodra een partij op regelmatige wijze hoger beroep instelt tegen een familierechtelijke beslissing, wordt de zaak aan de appelrechter voorgelegd. Dat heeft tot gevolg dat de eerste rechter in beginsel niet langer degene is die over diezelfde betwisting beslist. De appelrechter moet dan zelf uitspraak doen over de punten die aan hem zijn voorgelegd.
Dat blijft zo, ook wanneer de omstandigheden intussen zijn veranderd en ook wanneer partijen hun vorderingen aanpassen aan de nieuwe toestand. Zulke aanpassingen veranderen niet noodzakelijk het voorwerp van het geschil. Wanneer het nog altijd gaat over dezelfde kernpunten, zoals ouderlijk gezag, verblijfsregeling of onderhoudsbijdragen, moet de appelrechter daarover oordelen.
Geactualiseerde vorderingen blijven mogelijk
Partijen mogen hun vorderingen tijdens de procedure aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden. Dat is bijvoorbeeld logisch in familiezaken, omdat een regeling die vroeger passend leek, later niet meer werkbaar of niet meer in het belang van het kind kan zijn. Maar ook andere dan familiezaken evolueren mee gedurende een geding.
De appelrechter moet daarom niet alleen kennis nemen van de oorspronkelijke standpunten, maar ook van de latere ontwikkelingen en van de geactualiseerde vragen van de partijen. Hij moet de zaak beoordelen zoals zij zich voordoet op het ogenblik dat hij uitspraak doet, niet alsof de tijd sinds het eerste vonnis heeft stilgestaan.
Een terugverwijzing naar de eerste rechter kan niet zomaar
Soms wensen partijen dat de zaak opnieuw naar de eerste rechter zou gaan, bijvoorbeeld omdat zij menen anders een aanleg te verliezen. Maar zo’n terugverwijzing kan niet zonder duidelijke rechtsgrond. Het volstaat niet dat beide partijen dat vragen.
Als geen afstand is gedaan van het hoger beroep en die afstand ook niet is aanvaard, blijft de appelrechter gevat. Hij moet dan zelf uitspraak doen. De zaak kan niet eenvoudig opnieuw naar de eerste rechter worden gestuurd alleen omdat partijen dat wenselijk achten.
Er bestaat geen algemeen recht op dubbele aanleg
Het idee dat elke partij altijd recht heeft op twee volledige behandelingen van haar zaak, leeft sterk, maar is in het Belgisch recht geen absoluut beginsel. Het argument dat partijen een aanleg zouden verliezen, volstaat dus niet om een terugverwijzing te verantwoorden.
Dat betekent dat de appelrechter, eenmaal regelmatig gevat, zijn opdracht moet vervullen. Hij moet het bestreden vonnis opnieuw onderzoeken en een beslissing nemen op basis van de actuele situatie.
Geen blijvende saisine zonder duidelijke afstand van het hoger beroep
De eerste rechter kan niet automatisch opnieuw bevoegd worden louter omdat de situatie na het vonnis is geëvolueerd. Daarvoor is meer nodig. Wanneer geen duidelijke en aanvaarde afstand van het hoger beroep bestaat, kan men niet uitgaan van een blijvende bevoegdheid van de eerste rechter om opnieuw over dezelfde betwisting te oordelen.
Met andere woorden: zolang het hoger beroep blijft bestaan, blijft de appelrechter in principe aan zet. De procedure in hoger beroep wordt dan niet uitgehold doordat partijen intussen andere afspraken maakten of doordat de feiten evolueerden.
Het devolutief karakter van het beroep
Door het hoger beroep komt de hele betwisting met alle aspecten opnieuw ter discussie en vermag elke partij alle argumenten te hanteren, tenzij deze er expliciet afstand van gedaan heeft ofwel zich dermate gedragen / verweerd heeft dat er niet anders kan worden besloten dan dat de verweerder er afstand van heeft gedaan.
Art. 1068, eerste lid Ger.W. bepaalt dat hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig maakt bij de rechter in hoger beroep.
De devolutieve werking van het hoger beroep, zoals vastgelegd in voormelde bepaling, maakt het hele geschil, binnen de perken van het hoger beroep van de partijen, aanhangig bij de appelrechter, met inbegrip van de feiten die zich tijdens de rechtspleging in hoger beroep hebben voorgedaan, en deze is, in de regel, verplicht de middelen te onderzoeken die in hoger beroep maar niet voor de eerste rechter werden aangevoerd. (Cass.16/03/2012, RW 2013-2014, 261)
Hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen maakt het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.
Deze verwijst de zaak alleen dan naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt."
In de regel heeft het hoger beroep dus devolutieve kracht, zoals bepaald in het eerste lid van voormeld artikel 1068, en vormt de verwijzing naar de eerste rechter, zoals bepaald in het tweede lid van datzelfde artikel, slechts een uitzondering op die regel.
Wegens de devolutieve kracht van het hoger beroep dient de appelrechter binnen de perken van het door de partijen ingestelde hoger beroep, over het geheel van de zaak te oordelen. De devolutieve kracht wordt alleen beperkt door de beslissing van de appelrechter die, zelfs gedeeltelijk, een door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.
De appelrechter dient bijgevolg, voor zover de beslissing over bepaalde punten van de vordering niet berust op de beoordeling van de resultaten van de onderzoeksmaatregel waarvan de eerste rechter kennis moet nemen, over die punten een eindbeslissing te nemen.
Wanneer een eiser in hoger beroep niet alleen de door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel heeft aangevochten, maar ook grieven aanvoerde over onder meer de kwalificatie van de tussen de partijen gesloten overeenkomst, de beweerde afstand van de vordering en de laattijdigheid ervan, dient de beroepsrechter kennis te nemen van de gehele zaak en kan hij de zaak niet meer terugverwijzen naar de eerste rechter.
Klik hier voor een Model verzoekschrift hoger beroep - algemeen model
Klik hier voor een Model - Model conclusie hoger beroep
- Model conclusie hoger beroep
- Model conclusie voor de appellant in hoger beroep
- Model conclusie voor de appellant in hoger beroep na tegenberoep van geïntimeerde
- Model conclusie voor de appellant in hoger beroep met uitbreiding van eis of nieuwe eis voor het eerst in hoger beroep
- Model syntheseconclusie voor de appellant in hoger beroep
- Model Potpourri syntheseconclusie voor de appellant in hoger beroep
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
