Elfri.be – juridische kennisbank met rechtspraak, commentaar, modellen en praktische tips

Voor juristen, advocaten, ondernemingen en rechtszoekenden

Elfri.be
  • Home
  • Categorieën
    • Juridsiche bijdragen
    • Rechtspraak
    • Rechtsleer
    • Wetgeving
    • Modellen
    • Nuttige adressen
    • Nuttige linken
    • Publicaties
    • Veelgestelde Vragen
  • zoeken
  • Kantoor
    • Typo
  • Contact
    • Stel uw vraag aan een advocaat
    • Stel een vraag over de website
  • Kernwoorden
  • Abonnement
    • Abonnement op website nemen
    • Onmiddelijke toegang
    • Abonnement verlengen
    • Abonnement aanpassen
    • Historiek
    • Abonnement beheren of annuleren
  • Webshop
    • Lijst van beschikbare modellen
    • Winkelwagen
  • Mijn account
    • Inloggen
    • Paswoord vergeten
    • Mijn profiel
    • Mijn profiel aanpassen
    • UItloggen
    • Gebruikersnaam vergeten
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Startpagina
  3. Categorieën
  4. Juridsiche bijdragen
  5. De moeilijkheid van aansprakelijkheid voor wetgevend optreden
Vorig artikel: Hoger beroep moet rekening houden met de nieuwe werkelijkheid - devolutieve werking beroep Vorige Volgende artikel: Gedwongen opname bij verslaving Volgende
Details
Categorie: Artikel
Redactieteam-elfri.be By Redactieteam-elfri.be
Redactieteam-elfri.be
Laatst bijgewerkt: 30 september 2026
Hits: 5

De moeilijkheid van aansprakelijkheid voor wetgevend optreden

Wanneer een geschil in werkelijkheid neerkomt op kritiek op een wettelijke regeling, moet eerst worden nagegaan of de burgerlijke rechter daar wel over mag oordelen. De burgerlijke rechter is enkel bevoegd voor vorderingen die strekken tot de erkenning van een subjectief recht. Een vraag om een wet zelf te laten aanpassen of buiten werking te stellen omdat zij strijdig zou zijn met hogere rechtsnormen, valt daarom in beginsel buiten zijn rechtsmacht. Anders is het wanneer een partij een schadevergoeding vordert omdat zij door een beweerd foutief optreden van de overheid persoonlijk schade heeft geleden. Zo’n vordering kan wel tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter behoren.

Ook dan is niet elke eiser ontvankelijk. Voor een aansprakelijkheidsvordering is een persoonlijk, rechtstreeks en actueel belang vereist. Een louter algemeen ongenoegen over overheidsbeleid of over de besteding van publieke middelen volstaat niet. Evenmin volstaat een belang dat niet voldoende eigen en concreet is. Het procesrecht laat niet toe dat via een individuele vordering in werkelijkheid een algemeen maatschappelijk of politiek debat voor de rechter wordt gebracht.

Wanneer een organisatie of persoon daarentegen aanvoert dat een bepaalde regeling haar eigen werking, ontwikkeling of kansen rechtstreeks belemmert, kan wel sprake zijn van een voldoende belang. De vordering is dan in beginsel ontvankelijk, al betekent dit nog niet dat zij ook gegrond is.

Ten gronde moet degene die zich op overheidsaansprakelijkheid beroept, aantonen dat er een fout is, dat er schade is en dat tussen beide een oorzakelijk verband bestaat. Dat bewijs mag niet abstract blijven. Het volstaat niet te stellen dat een regeling oneerlijk of nadelig is. Men moet ook concreet maken welke schade precies is geleden en waarom die schade het gevolg is van de aangeklaagde fout. Daarbij is vooral van belang dat duidelijk wordt gemaakt hoe de situatie eruit zou hebben gezien indien een rechtmatige regeling had bestaan. Zonder zo’n concrete vergelijking blijft het oorzakelijk verband te onzeker.

Deze benadering hangt samen met een fundamentele grens tussen rechtspraak en politiek. De rechter mag geen opportuniteits- of beleidskeuzes van de wetgever beoordelen louter omdat daar maatschappelijk kritiek op bestaat. Zodra een vordering in essentie neerkomt op de vraag of de wetgever andere keuzes had moeten maken, begeeft men zich op het terrein van het politieke debat. Dat debat moet in beginsel binnen het democratische proces worden gevoerd en kan niet via een aansprakelijkheidsprocedure worden beslecht.

Casus

In deze zaak trokken enkele politieke bewegingen en enkele natuurlijke personen naar de rechtbank tegen de Belgische Staat. Zij meenden dat de wettelijke regeling over partijfinanciering onrechtvaardig was en in de praktijk vooral gevestigde partijen bevoordeelde. Volgens hen werden nieuwe of kleinere bewegingen daardoor benadeeld in hun kansen om daadwerkelijk aan het democratisch debat deel te nemen. De natuurlijke personen voerden daarnaast aan dat zij als kiezers nadeel leden door de manier waarop publieke middelen werden besteed en doordat hun stem minder betekenis zou hebben.

De eisers vroegen in hoofdzaak dat de rechtbank de Belgische Staat zou bevelen de wetgeving over partijfinanciering aan te passen zodat die in overeenstemming zou zijn met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Daarnaast vroegen zij elk ook een symbolische en provisionele schadevergoeding van één euro.

De rechtbank maakte eerst een onderscheid tussen beide onderdelen van de vordering. Voor zover aan de rechtbank werd gevraagd om de wet zelf te laten aanpassen, verklaarde zij zich zonder rechtsmacht. Dat verzoek strekte volgens de rechtbank niet tot de bescherming van een subjectief recht, maar in wezen tot het ongedaan maken van een vermeende grondwetschending door een wet.

Voor zover de eisers een schadevergoeding vroegen wegens een beweerd foutief optreden van de wetgever, achtte de rechtbank zich wel bevoegd. Vervolgens onderzocht zij of de eisers daarvoor een voldoende belang hadden. De natuurlijke personen hadden dat volgens de rechtbank niet. Hun hoedanigheid van kiezer en hun kritiek op de besteding van belastinggeld waren onvoldoende persoonlijk en rechtstreeks. Hun vordering werd daarom onontvankelijk verklaard.

De politieke bewegingen hadden volgens de rechtbank wel een voldoende belang, omdat zij aanvoerden dat zij in hun eigen politieke ontwikkeling werden gehinderd. Hun schadevordering was dus ontvankelijk. Toch werd die uiteindelijk ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat zij onvoldoende aantoonden dat er een juridisch relevante fout was die tot aansprakelijkheid van de Staat kon leiden, en vooral dat zij het oorzakelijk verband tussen de aangeklaagde regeling en hun beweerde schade niet voldoende concreet bewezen.

De rechtbank besloot uiteindelijk dat de zaak in wezen neerkwam op kritiek op beleidskeuzes van de wetgever over partijfinanciering. Zulke keuzes behoren tot het politieke debat en mogen niet via een burgerlijke aansprakelijkheidsprocedure door de rechter worden hertekend. Daarom werd de resterende vordering afgewezen en werden de eisers in de kosten verwezen.

 
  • Lijst externe links:
    • Externe link: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/458/343/RUG01-001458343_2011_0001_AC.pdf
    • Externe link: http://www.fiscalibus.be/show.php?id=303
    • Externe link: https://uhdspace.uhasselt.be/dspace/bitstream/1942/22423/1/12328462015M64.pdf
    • Externe link: https://uhdspace.uhasselt.be/dspace/handle/1942/22423

Je hebt geen toegang tot de volledige inhoud van deze bijdrage.

Een deel van de inhoud van deze pagina is voorbehouden aan onze leden. Naargelang de bijdrage gaat het onder meer om verdere juridische analyse en commentaar, toepasselijke regelgeving en rechtspraak, concrete toepassingen, praktische aandachtspunten, modellen, referenties, bronnen en verdiepende juridische informatie.

Je kan deze pagina ook via een eenmalige toegang raadplegen zonder lid te worden door hier te klikken. Voor een beperkte meerprijs heb je reeds gedurende één maand toegang tot de volledige juridische databank.

 

Ontdek onze abonnementen

 

Ben je al lid, log in

 

Volgende inhoud op deze pagina is enkel beschikbaar voor leden:

 
  • Link rubrieken
  • Soort link
  • Topics
  • Topics
  • Volledige tekst
  • Commentaar
  • Nog dit
  • Rechtspraak

Kernwoorden

  • aansprakelijkheid
  • aansprakelijkheid van de overheid voor fouten van de wetgever
  • aansprakelijkheid overheid
  • aansprakelijkheid wetgever
  • fouten van de wetgever
  • schade door de wetgever
Lijst externe links
  • Externe link: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/458/343/RUG01-001458343_2011_0001_AC.pdf
  • Externe link: http://www.fiscalibus.be/show.php?id=303
  • Externe link: https://uhdspace.uhasselt.be/dspace/bitstream/1942/22423/1/12328462015M64.pdf
  • Externe link: https://uhdspace.uhasselt.be/dspace/handle/1942/22423

Stel uw vraag aan een advocaat

Meer dan een samenvatting

De volledige bijdrage bevat de nuances die in de praktijk tellen: voorwaarden, uitzonderingen, argumenten, toepassingen en aandachtspunten.

Bij rechtspraak, rechtsleer en wetgeving krijgt u bovendien de nuttige referenties en vindplaatsen voor verdere controle, bronvermelding en gebruik in uw dossier.

Volledige bijdrage raadplegen

Populair in juridische bijdragen

  • Second opinion bij verkeersgeschillen
    30.sep
  • Nieuwe deontologische regels over belangenconflicten bij advocaten
    30.sep
  • Verpleegkundig consult bij palliatieve zorg: wat betekent dit voor patiënt en familie?
    30.sep
  • Adressen van buitenlandse zaken en consulaten in België
    30.sep
  • Fraus omnia corrumpit begrenst de rechtsgevolgen van bedrog, maar niet verder dan nodig
    30.sep

LINKS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Doorzoek elfri.be

Onmiddellijke toegang nodig?

Kies tussen onmiddellijke toegang, een volledig abonnement van één maand of een alternatieve abonnementsformule.

Koop onmiddelijke toegang

Neem 1 maand volledige toegang

Bekijk andere formules

Logo Elfri recolored

De meest gebruikte kernwoorden in elfri.be

  • onvermogen
  • collectieve schuldenregeling
  • WCO
  • insolventierecht
  • onvermogenden
  • wet continuïteit ondernemingen
  • Insolventie
  • faillissementenrecht
  • faillissement
  • rechten onvermogenden

RECHTS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Inhoud en format © Elfri De Neve 1984-2026. All rights reserved - alle rechten voorbehouden. Website onwikkeling en design arc3c.