- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Aanhangigmaking bij de vonnisrechter na hoger beroep tegen de verwijzing
In de gewone situatie verwijst de raadkamer de inverdenkinggestelde naar de correctionele rechtbank wanneer zij voldoende bezwaren aanwezig acht. Die verwijzingsbeschikking maakt de zaak in principe aanhangig bij de correctionele rechtbank.
Maar de situatie verandert wanneer de inverdenkinggestelde hoger beroep instelt tegen die verwijzingsbeschikking en dat hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard.
Volgens het Hof van Cassatie wordt in het hierna weergegeven arrest de strafvordering in dat geval pas bij de vonnisrechter aanhangig gemaakt door het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling, en niet reeds door de eerdere verwijzingsbeschikking van de raadkamer.
De reden daarvoor is dat de kamer van inbeschuldigingstelling, wanneer zij geldig gevat is, nog beslissingen kan nemen die gevolgen hebben voor het lot van de strafvordering. Zij kan zich uitspreken over onregelmatigheden, nietigheden, gronden van niet-ontvankelijkheid of verval van de strafvordering, en zij beschikt ook over bepaalde ambtshalve bevoegdheden. Haar beslissing kan dus nog invloed hebben op de vraag of en hoe de zaak voor de vonnisrechter komt.
De vonnisrechter kan zijn rechtsmacht pas werkelijk uitoefenen nadat de kamer van inbeschuldigingstelling uitspraak heeft gedaan over het ontvankelijke hoger beroep.
Gevolgen voor de burgerlijke partij
Deze regel heeft grote gevolgen voor de burgerlijke partij.
De strafrechter kan slechts uitspraak doen over de burgerlijke vordering wanneer de strafvordering nog ontvankelijk was op het ogenblik waarop de zaak bij hem aanhangig werd gemaakt. Wanneer de strafvordering reeds verjaard was vóór die aanhangigmaking, kan de strafrechter zich ook niet meer uitspreken over de burgerlijke vordering.
Indien de verjaring pas intreedt nadat de zaak geldig bij de strafrechter aanhangig werd gemaakt en de burgerlijke vordering tijdig werd ingesteld, blijft de strafrechter wel bevoegd om over de burgerlijke vordering te oordelen.
Het ogenblik van aanhangigmaking is dus doorslaggevend. Wanneer de zaak pas door het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling bij de vonnisrechter aanhangig wordt gemaakt, moet de verjaring worden beoordeeld tot op dat ogenblik. Is de strafvordering vóór dat arrest verjaard, dan kan de strafrechter de burgerlijke vordering niet meer behandelen.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
