- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Bewindvoerder kan uitzonderlijk echtscheiding vorderen namens beschermde persoon
Een beschermde persoon die onder bewind staat, blijft in beginsel bekwaam. Onbekwaamheid is de uitzondering. Wanneer de vrederechter toch beslist dat de beschermde persoon onbekwaam is voor bepaalde persoonlijke handelingen, moet telkens worden nagegaan hoe die onbekwaamheid wordt opgevangen. Voor de meeste handelingen kan dat via bijstand of vertegenwoordiging door de bewindvoerder. Voor sommige hoogstpersoonlijke handelingen sloot de wet die mogelijkheid echter uit.
Een van die handelingen was het instellen van een vordering tot echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting van het huwelijk. De wet ging ervan uit dat een echtscheiding een uiterst persoonlijke beslissing is, die niemand anders in de plaats van de beschermde persoon kan nemen. Die benadering vertrekt vanuit een begrijpelijke bekommernis: vermijden dat een bewindvoerder, familieleden of derden misbruik zouden maken van de kwetsbare toestand van de beschermde persoon.
Die bescherming kan echter omslaan in een onredelijke blokkering.
Wanneer een beschermde persoon handelingsonbekwaam werd verklaard om zelf een echtscheidingsvordering in te stellen en bovendien zijn wil niet meer kan uitdrukken, ontstaat een probleem. De beschermde persoon kan dan niet zelf optreden. De bewindvoerder mocht evenmin optreden. Daardoor kon de beschermde persoon in bepaalde gevallen helemaal geen toegang krijgen tot de rechter, zelfs niet wanneer er ernstige redenen waren om aan te nemen dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht was en dat het niet langer in zijn belang was om gehuwd te blijven.
Het Grondwettelijk Hof heeft in het hierna weergegeven arrest geoordeeld dat een dergelijke absolute uitsluiting te ver gaat. De wetgever mag bepalen hoe onbekwaamheid wordt opgevangen, maar wanneer beschermingsmaatregelen diepe gevolgen hebben voor het persoonlijke leven van de betrokkene, moet er een billijk evenwicht blijven bestaan tussen bescherming en toegang tot de rechter. Een regel die de beschermde persoon verplicht gehuwd te blijven zolang zijn onbekwaamheid duurt, tast dat evenwicht aan.
De kern van de beslissing is dat de bewindvoerder in uitzonderlijke omstandigheden wel degelijk een vordering tot echtscheiding moet kunnen instellen namens de beschermde persoon, wanneer die persoon zijn wil niet meer kan uitdrukken en wanneer de vordering steunt op een bewezen onherstelbare ontwrichting van het huwelijk. Dat kan niet zomaar op eigen initiatief. De bewindvoerder moet beschikken over een bijzondere machtiging van de vrederechter. Daarna blijft ook de familierechtbank bevoegd om te beoordelen of de voorwaarden voor echtscheiding werkelijk vervuld zijn.
Daarmee wordt een dubbele bescherming ingebouwd. Enerzijds wordt vermeden dat de bewindvoerder lichtzinnig of tegen het belang van de beschermde persoon een echtscheiding zou nastreven. Anderzijds wordt vermeden dat de beschermde persoon rechteloos wordt en levenslang gevangen blijft in een huwelijk dat feitelijk en juridisch niet langer verdedigbaar is.
Belangrijk is dat het Hof niet zegt dat elke bewindvoerder voortaan vrij een echtscheiding kan vragen. Het gaat om een bijzondere situatie: de beschermde persoon werd onbekwaam verklaard om zelf de echtscheidingsvordering in te stellen, kan zijn wil niet meer kenbaar maken, en er zijn objectieve elementen waaruit kan blijken dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is en dat de echtscheiding in zijn belang kan zijn. De bewindvoerder zal zijn standpunt moeten steunen op concrete gegevens, zoals vroegere verklaringen, gedragingen, waarden van de beschermde persoon en feiten die zich tijdens het huwelijk hebben voorgedaan.
De vrederechter oefent daarbij een essentiële controle uit. Hij moet nagaan of de bewindvoerder gemachtigd kan worden om de beschermde persoon als eiser in rechte te vertegenwoordigen. Zonder die bijzondere machtiging is de vordering niet geldig. Vervolgens onderzoekt de familierechtbank de echtscheidingsvordering zelf.
De beslissing is belangrijk omdat zij duidelijk maakt dat bescherming van kwetsbare personen niet mag leiden tot volledige rechtsonbekwaamheid wanneer daardoor de toegang tot de rechter onmogelijk wordt. Het beschermingsstatuut moet de persoon beschermen, niet gevangen zetten. Autonomie en bescherming moeten zo veel mogelijk samen worden gelezen. Wanneer de betrokkene zelf niet meer kan spreken, moet het recht een gecontroleerde en zorgvuldige weg openen om zijn belangen toch voor de rechter te brengen.
De praktische regel kan als volgt worden samengevat: een bewindvoerder kan niet zomaar namens een beschermde persoon een echtscheiding vorderen, maar een absolute uitsluiting is ongrondwettig wanneer de beschermde persoon zijn wil niet meer kan uitdrukken en daardoor elke toegang tot de rechter verliest. In dat geval moet de bewindvoerder, mits bijzondere machtiging van de vrederechter, de mogelijkheid hebben om een echtscheidingsvordering wegens bewezen onherstelbare ontwrichting in te stellen.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
