- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 4
Wanneer een beleggingshypotheek een consumentenkrediet wordt
Een krediet dat op papier als een hypothecair krediet wordt voorgesteld, is niet noodzakelijk een klassiek hypothecair krediet. Wanneer het krediet in werkelijkheid vooral dient om geld te beleggen, bijvoorbeeld in een tak 23-product zonder kapitaalgarantie, kan het onder de regels van het consumentenkrediet vallen.
Dat is belangrijk, omdat de consumentenkredietwetgeving de kredietgever zware verplichtingen oplegt. De kredietgever moet de consument correct informeren, nagaan of het krediet aangepast is aan zijn financiële toestand, onderzoeken of de consument het krediet kan dragen en ervoor zorgen dat alle wettelijk verplichte vermeldingen aanwezig zijn. Worden die verplichtingen niet nageleefd, dan kan de rechter de verplichtingen van de consument verminderen tot het werkelijk ontleende bedrag, met behoud van het voordeel van betaling in termijnen.
Een risicovolle constructie mag niet als veilig krediet worden verkocht
Een beleggingshypotheek werkt vaak als volgt. De consument leent een groot bedrag. Dat bedrag wordt niet hoofdzakelijk gebruikt om een woning te kopen of te behouden, maar om te beleggen. De hoop is dat de belegging na verloop van tijd genoeg zal opbrengen om het krediet terug te betalen. De woning wordt wel in hypotheek gegeven als zekerheid.
Het probleem is duidelijk. De consument blijft schuldenaar van het krediet, maar het resultaat van de belegging is onzeker. Wanneer het fonds slecht presteert, kan het kapitaal onvoldoende zijn om het krediet terug te betalen. De consument loopt dan het risico dat hij op het einde van de rit nog een aanzienlijke schuld heeft, terwijl zijn woning als zekerheid verbonden blijft.
Een kredietgever mag zo’n constructie niet behandelen alsof het om een gewone veilige hypothecaire lening gaat. Hij moet nagaan of de consument het risico begrijpt, of het product aangepast is aan zijn situatie en of hij het tekort kan betalen wanneer de belegging onvoldoende opbrengt.
De woning als waarborg maakt het krediet nog geen hypothecair krediet in beschermingsrechtelijke zin
Het feit dat een krediet door een hypotheek wordt gewaarborgd, volstaat niet om het automatisch buiten de regels van het consumentenkrediet te plaatsen. De rechter kijkt naar het werkelijke doel van de kredietoperatie.
Wanneer het krediet hoofdzakelijk dient voor een belegging in een tak 23-verzekering of een ander beleggingsproduct, en niet hoofdzakelijk voor de verwerving of het behoud van onroerende zakelijke rechten, valt het niet noodzakelijk onder de klassieke wetgeving inzake hypothecair krediet. In dat geval kan de wetgeving inzake consumentenkrediet van toepassing zijn.
Dat is voor de consument een essentieel verdedigingsmiddel. De kredietgever kan zich niet zomaar verschuilen achter de hypothecaire vorm van de akte wanneer de economische werkelijkheid een risicovol beleggingskrediet is.
Welke schendingen zijn praktisch belangrijk voor de verdediging van de consument?
Schending van de informatieplicht
De kredietgever moet de consument volledig en begrijpelijk informeren. Dat betekent meer dan het overhandigen van algemene brochures of verwijzen naar algemene documentatie. De consument moet concreet begrijpen welk risico hij neemt, welke verplichtingen hij aangaat en wat er gebeurt wanneer de belegging onvoldoende rendeert.
Bij een tak 23-constructie is vooral belangrijk dat duidelijk wordt uitgelegd dat er geen kapitaalgarantie is en dat de consument het tekort zelf moet dragen.
Schending van de verplichting om een aangepast krediet te zoeken
De kredietgever moet nagaan welk krediet het best past bij de financiële toestand van de consument. Een product waarbij een bestaande zekere lening wordt vervangen door een risicovolle beleggingsconstructie kan problematisch zijn wanneer dit niet aantoonbaar in het belang van de consument was.
De vraag is dan niet alleen of de consument het contract heeft ondertekend, maar ook of een normaal voorzichtig kredietgever dit product aan deze consument had mogen voorstellen.
Schending van de onderzoeksplicht naar de financiële draagkracht
De kredietgever moet onderzoeken of de consument zijn verplichtingen kan nakomen. Bij een beleggingshypotheek moet hij dus ook nagaan of de consument het tekort kan betalen indien de belegging slecht evolueert.
Het volstaat niet dat de consument op het ogenblik van de ondertekening de maandelijkse lasten lijkt te kunnen dragen. Het echte risico zit vaak op het einde van de termijn, wanneer het kapitaal moet worden terugbetaald.
Schending van de vormvereisten
De wet op het consumentenkrediet bevatte ook formele verplichtingen, onder meer over verplichte vermeldingen in het aanbod en de overeenkomst, de eigenhandige vermelding door de consument dat hij een bepaald bedrag leent op krediet, en de voorafgaande raadpleging van de centrale gegevensbank.
Wanneer de kredietgever ten onrechte dacht dat de wet op het consumentenkrediet niet van toepassing was, zal hij die formaliteiten vaak niet hebben nageleefd. Dat kan voor de consument een belangrijk aanknopingspunt zijn.
De sanctie: beperking tot het ontleende bedrag
De rechter kan de verplichtingen van de consument verminderen tot het ontleende bedrag, met behoud van het voordeel van betaling in termijnen. Dat betekent dat het contract niet noodzakelijk volledig wordt vernietigd. De consument blijft het kapitaal verschuldigd, maar de kredietgever verliest het voordeel van interesten en kosten die onder de sanctie vallen.
Niet alle kosten verdwijnen automatisch. Kosten die geen kosten van het krediet zijn, zoals notariskosten verbonden aan de hypotheek of schattingskosten, kunnen volgens deze beslissing niet zomaar in mindering worden gebracht.
De consument krijgt niet automatisch alle betaalde interesten terug
Een belangrijk praktisch punt is dat de consument niet noodzakelijk kan eisen dat alle eerder betaalde interesten als onverschuldigd worden terugbetaald. Wanneer de rechter het contract niet vernietigt maar de verplichtingen vermindert tot het ontleende bedrag, blijft de overeenkomst bestaan. De reeds betaalde bedragen kunnen dan worden aangerekend op het kapitaal.
Voor een vordering tot vergoedende interest of terugbetaling wegens kwade trouw moet de consument bijkomend aantonen dat de kredietgever te kwader trouw heeft ontvangen. Die kwade trouw wordt niet vermoed.
Strafrechtelijke vrijspraak sluit burgerlijke sancties niet uit
Een kredietgever die strafrechtelijk werd vrijgesproken wegens rechtsdwaling, is daarmee niet automatisch veilig voor alle burgerlijke gevolgen. De strafrechtelijke beslissing kan wel gezag van gewijsde hebben voor wat zeker en noodzakelijk werd beslist, maar dat verhindert niet dat de burgerlijke rechter andere schendingen van de consumentenkredietwetgeving onderzoekt.
Dat onderscheid is belangrijk. De kredietgever kan bijvoorbeeld vrijgesproken zijn voor het ontbreken van een erkenning omdat hij zich op rechtsdwaling kon beroepen, maar toch burgerlijk worden gesanctioneerd omdat hij de informatieplicht, onderzoeksplicht of vormvereisten niet naleefde.
Samenvatting van de casus
Een koppel had een bestaande hypothecaire lening. Zij sloten nadien een nieuwe kredietopening af voor een veel hoger bedrag. Een deel diende om de bestaande lening over te nemen, maar een belangrijk deel werd belegd in tak 23-verzekeringsproducten. De constructie was gebaseerd op de verwachting dat de beleggingen voldoende zouden opbrengen om het kapitaal later opnieuw samen te stellen.
De woning van de consumenten werd in hypotheek gegeven. Ook de beleggingsverzekeringen werden in pand gegeven. De consumenten stelden later dat zij onvoldoende waren geïnformeerd over de risico’s en dat de constructie niet aan de regels van het consumentenkrediet voldeed.
De kredietgever voerde aan dat het om een hypothecaire kredietconstructie ging en niet om consumentenkrediet. Daarnaast verwees hij naar een strafrechtelijke procedure waarin hij was vrijgesproken op grond van rechtsdwaling.
De vrederechter oordeelde dat de beleggingshypotheek niet hoofdzakelijk gericht was op het verwerven of behouden van onroerende rechten, maar op belegging in tak 23-producten. De wet op het consumentenkrediet was daarom van toepassing. De strafrechtelijke vrijspraak verhinderde niet dat de burgerlijke rechter andere schendingen van de consumentenkredietwetgeving vaststelde.
De rechter stelde vast dat de kredietgever onder meer zijn informatieplicht, onderzoeksplicht en bepaalde vormvereisten niet had nageleefd. De verplichtingen van de consumenten werden daarom verminderd tot het ontleende bedrag, met behoud van betaling in termijnen. De consumenten waren nog 235.967,88 euro in kapitaal verschuldigd, maar dit bedrag was op dat ogenblik niet opeisbaar. De tegenvordering van de kredietgever werd ongegrond verklaard.
Deze beslissing is bijzonder nuttig voor consumenten die een ingewikkelde kredietconstructie hebben ondertekend waarbij een lening werd gekoppeld aan een beleggingsproduct. Verder in dit artikel geven we de volledige tekst van het vonnis weer en behandelen we de praktische vragen die dan rijzen: wanneer is er sprake van consumentenkrediet, welke informatie moest worden gegeven, welke sancties zijn mogelijk, wat gebeurt er met betaalde interesten, en waarom een hypotheek op de woning de kredietgever niet automatisch beschermt tegen de toepassing van de consumentenkredietwetgeving.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
